28 januari 2026 - door Kaatje Gevaert
Januari 2026 bracht een stroom van politieke en inhoudelijke discussies over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader voor 2028–2034. De spanningen rond budget, governance en beleidsprioriteiten kwamen duidelijk naar voren:
Het Cypriotisch voorzitterschap positioneert cohesiebeleid als prioriteit, met de ambitie om tegen juni 2026 een onderhandelingskader met indicatieve cijfers te presenteren.
De Europese Commissie verdedigde haar voorstel voor de Nationale en Regionaal Partnerschapsplannen (NRPP’s)in, maar stuitte op kritiek over centralisering en het verdwijnen van aparte budgetlijnen.
Gezondheid wordt geïntegreerd in het Europees Concurrentiefonds, wat leidt tot zorgen over zichtbaarheid en verlies aan eigen beleidsruimte.
Het Cypriotisch EU-voorzitterschap trapte het jaar af met duidelijke ambities voor het nieuwe MFK:
Tegen juni 2026 een onderhandelingskader met indicatieve cijfers voorleggen;
Cohesiebeleid behouden als “kernelement van groei en solidariteit”;
Specifieke aandacht voor stedelijke en eilandregio’s;
Vooruitgang boeken in de dossiers rond EFRO, Cohesiefonds, ESF+ en Interreg;
Het debat over de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP’s) centraal stellen.
Op 19 januari 2026 startten de commissies Begroting (BUDG), Regionale Ontwikkeling (REGI) en Landbouw (AGRI) in het Europees Parlement met de bespreking van het voorstel voor het Nationaal en Regionaal Partnerschapsfonds. Het fonds moet van 2028 tot 2034 bijna €865 miljard (44% van het MFK) bundelen voor o.a. cohesie, landbouw, visserij, sociale zaken, migratie en veiligheid. De opzet gebeurt via geïntegreerde nationale en regionale plannen, geïnspireerd op de RRF-structuur.
Voorzitter van de begrotingscommissie Johan Van Overtveldt (ECR, België) noemde het voorstel fundamenteel voor de organisatie van de EU-begroting, maar waarschuwde voor blijvende zorgen over centralisering en governance.
Budgetcommissaris Piotr Serafin benadrukte het evenwicht tussen flexibiliteit en voorspelbaarheid, met vastgelegde minimumbudgetten voor landbouw (€294 miljard) en de minst ontwikkelde regio’s (€218 miljard). Het mechanisme voor de rechtsstaat blijft behouden.
Ook landbouwcommissaris Christophe Hansen stelde gerust dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) buiten de algemene hervormingslogica valt en zijn specifieke karakter behoudt. Toch bleef er kritiek op het verdwijnen van aparte budgetlijnen en op het risico van marginalisering van lokale overheden. Snelle goedkeuring lijkt voorlopig niet realistisch.
Tijdens een hoorzitting van de Begrotingscontrolecommissie (CONT) op 12 januari verdedigde commissaris Olivér Várhelyi de keuze om de Europese gezondheidsuitgaven niet langer onder te brengen in een apart instrument zoals EU4Health. In plaats daarvan worden ze geïntegreerd in het nieuw voorgestelde Europees Concurrentiefonds (ECF), met een specifiek venster van €22,6 miljard voor gezondheid en biotechnologie, aangevuld met €20 miljard uit Horizon Europe.
Europarlementsleden uitten hun zorgen over de verminderde zichtbaarheid van het gezondheidsbeleid, het verdwijnen van werkingssubsidies voor NGO’s en de omschakeling naar projectmatige ondersteuning. Volgens de Commissie past deze aanpak in de bredere budgettaire logica van integratie en efficiëntie.
Op 7 januari 2026 kondigde commissaris Hansen een vervroegde vrijmaking aan van €45 miljard aan landbouwmiddelen, als poging om steun te verkrijgen voor het EU-Mercosur akkoord. In totaal zou het GLB oplopen tot een “virtuele” €342 miljard, met onder meer:
Inkomenssteun als basis;
Minstens 10% voor plattelandsontwikkeling;
Een flexibiliteitsreserve van 25%, beschikbaar vanaf 2028.
Toch werd deze operatie in het Parlement vooral gezien als een herschikking in plaats van een effectieve verhoging, met blijvende zorgen bij boerenorganisaties.
Op 14 januari sprak de ECR-fractie zich uit tegen het door de Commissie voorgestelde MFK-budget van €2.000 miljard. Ze pleitte voor een minimale EU-begroting die zich beperkt tot kerntaken, zonder “federale ambitie”. De fractie keerde zich ook tegen nieuwe eigen middelen zoals de CORE-heffing en vroeg om meer transparantie rond EU-schulden.
Eveneens op 12 januari publiceerde de Europese Rekenkamer een kritisch advies over het ontwerp voor het ECF (€410 miljard) en het vernieuwde Horizon Europe-programma (€175 miljard). De voornaamste bezorgdheden:
Onvoldoende onderbouwing van de Europese meerwaarde;
Gebrek aan prestatiegerichte evaluatie en impactmeting;
Te ruime flexibiliteit zonder duidelijke selectiecriteria;
Nood aan sterkere auditregels.
De Rekenkamer vraagt om scherpere voorwaarden rond excellentie, impact en transparantie in budgettoewijzing.
Januari 2026 maakt duidelijk dat het nieuwe MFK niet zomaar een technocratische oefening is, maar een diep politiek debat over de rol, structuur en omvang van de EU-begroting. Grote spanningsvelden zijn:
Centralisatie vs. regionale autonomie
Flexibiliteit vs. voorspelbaarheid
Industrieel beleid vs. sociaal beleid
Ambitie vs. begrotingsdiscipline
De komende maanden worden cruciaal om te zien of er voldoende consensus groeit om eind 2026 tot een akkoord te komen.