16 februari 2026 - door Tina Rubbrecht
Op 12 februari 2026 bracht voorzitter van de Europese Raad António Costa de Europese staatshoofden en regeringsleiders samen in Alden Biesen voor een informele top. Één vraag stond centraal: hoe versterken we de interne markt in een nieuwe geo-economische context?
Wat zijn de belangrijkste resultaten van deze top? Je leest het in onze gastblog van Gaëtan Poelman, Diplomatiek Vertegenwoordiger van Vlaanderen bij de Europese Unie (VVEU).
De bijeenkomst vond plaats achter gesloten deuren, zonder verslag of formele conclusies. Toch was dit allerminst een vrijblijvende gedachtewisseling. De top fungeerde als strategische tussenstap richting de reguliere Europese Raad van 19 maart, waar wél formele conclusies worden verwacht. De inzet: concrete acties om de concurrentiekracht van Europa structureel te versterken.
Het onderwerp van deze informele top is een topprioriteit op Europees, nationaal én Vlaams niveau. Dat bevestigde Vlaams minister-president Matthias Diependaele ook de dag voordien op de industrietop in Antwerpen.
De informele top volgde de dag na de derde European Industry Summit in Antwerpen. Sinds de lancering van de Antwerp Declaration for a European Industrial Deal in 2024 – inmiddels ondertekend door meer dan 1.300 organisaties uit 25 sectoren – klinkt vanuit de industrie een steeds luider ongenoegen over de trage Europese respons.
De context is duidelijk: een dalende Europese competitiviteit, een assertieve Amerikaanse tariefpolitiek en toenemende druk vanuit China met oneerlijke handelspraktijken. Hoewel recente handelsakkoorden met Mercosur en India en het Europese verzet tegen Trumps Groenland-ambities het gevoel gaven dat de EU geopolitiek weerbaarder wordt, blijft de kernvraag of Europa intern snel genoeg kan schakelen.
Voormalige Italiaanse premiers Mario Draghi en Enrico Letta schoven afzonderlijk aan om de opvolging van hun respectieve rapporten toe te lichten. Beide analyses vormen intussen een belangrijk referentiekader in het debat over de toekomst van de interne markt.
Hun boodschap was helder: Europa beschikt over de schaal en de economische massa om een wereldspeler te zijn, maar dan moet het interne fragmentatie aanpakken, investeringen mobiliseren en bedrijven toelaten op te schalen tot wereldniveau. Vooral Draghi riep op om nationaal verzet tegen grote fusies los te laten. Europese kampioenen ontstaan niet vanzelf.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen aarzelde niet om de lidstaten op hun eigen verantwoordelijkheden te wijzen. Gold plating (extra nationale regels bovenop Europese wetgeving), onvoldoende investeringen in industriële decarbonisatie, met name vanuit de ETS-inkomsten, en nationale energietaksen blijven belangrijke knelpunten.
De inzet van de Commissie is ambitieus maar duidelijk: eenvoudigere regels, verdere handelsdiversificatie en een versterkte interne markt. Daarbij hoort ook een volwaardige kapitaalmarktunie zodat bedrijven makkelijker toegang vinden tot investeringskapitaal om op te schalen. Tijdens de gezamenlijke persconferentie spraken Costa en von der Leyen over deze top als een mogelijke game changer.
Op de Europese Raad van maart zal de Commissie een “One Europe, One Market” roadmap voorstellen, met duidelijke tijdslijnen en een strak monitoringsysteem. De uitvoering moet tegen 2028 afgerond zijn en rust op vijf pijlers.
De Commissie plant nieuwe omnibusvoorstellen voor administratieve vereenvoudiging, een striktere aanpak van gold plating, meer gebruik van verordeningen in plaats van richtlijnen, minder gedelegeerde en uitvoeringshandelingen en de invoering van sunset clauses (vervalclausules). Een jaarlijks monitoringrapport moet de voortgang bewaken.
Er is brede steun voor snelle vooruitgang met de spaar-en investeringsunie en de verdere integratie van de energie- en telecommarkt. In maart volgt de Industrial Accelerator Act, die voor strategische sectoren een European Preference-benadering wil invoeren.
Daarnaast wordt gewerkt aan een zogenaamd 28e regime: een uniforme rechtsregeling waardoor bedrijven in de hele EU onder één set regels kunnen opereren. Ook de kapitaalmarktunie moet versneld worden gerealiseerd.
Opvallend is de herhaaldelijke verwijzing naar versterkte samenwerking via een coalition of the willing. Dat kan zowel een pragmatisch instrument zijn om sneller vooruitgang te boeken, als een drukmiddel om terughoudende lidstaten mee te trekken.
De uitbouw van grensoverschrijdende energie-infrastructuur is cruciaal om goedkopere hernieuwbare en nucleaire energie effectief beschikbaar te maken waar ze nodig is. Het European Grids Package en de geplande Energy Highways vormen hiervoor de bouwstenen.
Ook het Emissions Trading System (ETS) kwam opnieuw ter sprake. Sommige lidstaten vragen aanpassingen, anderen wijzen op de inkomsten die het systeem genereert voor industriële decarbonisatie. Een herziening staat hoe dan ook op de agenda.
De Digital Networks Act, gepubliceerd in januari 2026, moet fusies in de telecomsector vergemakkelijken en zo de Europese schaal vergroten. Daarnaast werkt de Commissie aan een pakket rond technologische soevereiniteit, met onder meer een Chips Act 2.0 en de verdere ontwikkeling van AI-gigafabrieken.
De recent afgesloten handelsakkoorden moeten snel worden uitgevoerd. Tegelijk wordt prioriteit gegeven aan lopende onderhandelingen met onder meer Australië, ASEAN-landen en de Golfstaten. Handelsdiversificatie wordt expliciet gezien als instrument om geopolitieke afhankelijkheden te verkleinen.
De top in Alden Biesen leverde geen formele conclusies op, maar gaf wel een duidelijke politieke richting aan. De combinatie van externe druk en interne frustratie lijkt een momentum te creëren waarin de Europese leiders erkennen dat halve maatregelen niet langer volstaan. Of deze informele bijeenkomst effectief het verhoopte kantelpunt wordt, zal afhangen van wat er tijdens de Europese top in maart op papier komt en vooral van de bereidheid van de lidstaten om hun nationale reflexen te overstijgen.
Er blijven nog een aantal belangrijke discussiepunten zoals de optie om massale investeringen te financieren met nieuwe Europese schuld, op tafel gelegd door Frankrijk en meteen bekritiseerd door Duitsland. De invulling en de reikwijdte van het concept European Preference vormen ook voer voor debat, net als de toekomstige toepassing van ETS. Bovendien rijst de vraag hoe concreet de bepleite versterkte samenwerking daadwerkelijk vorm kan krijgen, zeker in een geopolitieke context waar eenheid en samenhang binnen de EU belangrijker is dan ooit.
De komende maanden zullen uitwijzen of “One Europe, One Market” meer wordt dan een slogan.
Met dank aan Gaëtan Poelman, Diplomatiek Vertegenwoordiger van Vlaanderen bij de Europese Unie (VVEU).