Hervorming uitstootrechten biedt industrie meer ademruimte

22 juli 2026 - door Paula Verschaeve

Op 17 juli heeft de Europese Commissie haar plannen voorgesteld voor een hervorming van het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Het ETS blijft volgens de Commissie de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid, maar moet worden aangepast aan de nieuwe klimaatdoelstelling voor 2040 en de veranderde economische en geopolitieke context.

Met de hervorming wil de Commissie een evenwicht vinden tussen klimaatambitie en concurrentievermogen. Bedrijven moeten meer zekerheid krijgen om te investeren in koolstofarme technologieën, terwijl het ETS een sterke prikkel blijft geven om de uitstoot te verminderen. 💡

Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste speerpunten uit het voorstel. Heel wat maatregelen zijn ook relevant voor Vlaanderen. Liever eerst de hoofdlijnen? Lees dan het korte persbericht van de Commissie.

Het voorstel voor een hervorming van het ETS werd samen gelanceerd met het actieplan voor elektrificatie, dat een indicatief doel vooropstelt om tegen 2040 46% van het energieverbruik te elektrificeren.

Wat is het emissiehandelssysteem (ETS) alweer?

Het Europees emissiehandelssysteem (ETS) bestaat al sinds 2005 en vormt een hoeksteen van het Europese klimaatbeleid. Bepaalde installaties in de energiesector en de zware industrie vallen eronder, net als de lucht- en scheepvaart. Voor elke ton CO₂ die bedrijven uitstoten, moeten ze over emissierechten beschikken. Die worden toegekend via een veiling, of onderling verhandeld. Het aantal beschikbare rechten is geplafonneerd, en dat plafond daalt elk jaar, net als het aantal gratis rechten. Rechten worden zo duurder, wat bedrijven aanzet om hun productieproces te verduurzamen.

Waarom is een nieuwe ETS-herziening nodig?

De huidige ETS-regels zijn gebaseerd op de Europese klimaatdoelstelling voor 2030: een vermindering van de uitstoot met 55 procent ten opzichte van 1990. Intussen heeft de EU een juridisch bindende doelstelling vastgelegd om de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90% te verminderen ten opzichte van 1990. Daarom moet ook het ETS worden aangepast.

De Commissie koppelt deze hervorming bovendien aan het EU-Competitiviteitskompas, de Clean Industrial Deal en AccelerateEU. Daarmee wil ze het ETS niet alleen als klimaatinstrument behouden, maar ook sterker inzetten als investeringsmotor voor een concurrerende Europese industrie.

Doel van het nieuwe voorstel 

Met dit voorstel wil de Commissie ervoor zorgen dat het ETS ook na 2030 op een kostenefficiënte manier blijft bijdragen aan de Europese klimaatdoelstellingen. Het systeem moet de overgang naar klimaatneutraliteit ondersteunen, investeringen in schone technologie stimuleren en tegelijk rekening houden met het concurrentievermogen van de Europese industrie.

De belangrijkste wijzigingen 

1) Trager afbouwpad voor emissierechten 

De Commissie past het afbouwpad van de beschikbare emissierechten aan. De lineaire reductiefactor, die bepaalt hoeveel emissierechten jaarlijks uit de Europese koolstofmarkt worden gehaald, wordt vanaf 2031 aangepast. Momenteel bedraagt die factor 4,3% per jaar van 2024 tot 2027 en 4,4% per jaar van 2028 tot 2030. Vanaf 2031 wordt dat 3,7% per jaar tot 2035, waarna de factor vanaf 2036 daalt tot 1,7% per jaar.

2) Internationale emissiekredieten 

Vanaf 2036 kan de EU, onder strikte voorwaarden, gebruikmaken van maximaal 260 miljoen hoogwaardige internationale emissiekredieten. Daarmee kan een beperkt deel van de klimaatdoelstelling - 5 procent - worden ingevuld zonder de milieu-integriteit van het ETS aan te tasten. Zijn dergelijke kredieten niet beschikbaar, dan blijft de volledige binnenlandse reductiedoelstelling gelden.

3) Permanente koolstofverwijderingen 

Voor het eerst worden permanente koolstofverwijderingen geïntegreerd in het ETS. Zo wil de Commissie extra ruimte creëren voor sectoren waar emissiereductie bijzonder moeilijk is, terwijl tegelijk wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een Europese markt voor koolstofverwijdering.

4) Hervorming van de marktstabiliteitsreserve 

De Commissie wil de marktstabiliteitsreserve (MSR) hervormen zodat de koolstofmarkt stabiel blijft wanneer het aantal beschikbare emissierechten verder afneemt. Zo moeten grote prijsschommelingen worden beperkt en blijft de koolstofprijs een voorspelbaar investeringssignaal.

5) Meer gratis emissierechten, maar onder voorwaarden 

Gratis emissierechten blijven bestaan, maar worden sterker gekoppeld aan investeringen in de verduurzaming van productie-installaties binnen de EU. Vanaf 2031 moeten bedrijven die onder het ETS vallen, een geloofwaardig investeringsplan indienen om het grootste deel van hun gratis emissierechten te behouden. Een deel van de rechten wordt pas toegekend nadat de geplande investeringen effectief zijn uitgevoerd.

Een afzonderlijk voorstel over de benchmarks heeft tot doel de gratis toewijzing van emissierechten aan de industrie voor de periode 2026-2030 met een waarde van 6 miljard euro te verhogen. 

Voor sectoren die onder het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) vallen, zal de afbouw van de gratis toewijzing worden vertraagd en wordt de uitfasering verlengd tot 2038.

6) Meer financiële steun voor industriële decarbonisatie 

De Commissie wil vanaf 2028 een Industrial Decarbonisation Bank oprichten met een voorziene financiering van 100 miljard euro. De bank moet investeringen ondersteunen in technologieën die de industriële uitstoot verminderen, zoals elektrificatie, waterstof, koolstofafvang en permanente koolstofverwijdering.

De bank zal in twee fases werken. In een eerste fase (2028-2031) komt er een Investment Booster. Hiervoor worden 400 miljoen emissierechten gereserveerd. Projecten krijgen steun volgens het principe first come, first served, zodat investeringen snel kunnen worden uitgevoerd. Een deel van de middelen wordt voorbehouden voor lidstaten met een lager inkomen. Steun wordt alleen toegekend aan projecten die binnen strikte termijnen worden afgerond en waarvan de emissiereducties onafhankelijk worden gecontroleerd. De uitbetaling kan gebeuren in emissierechten.

Vanaf 2031 start de tweede fase. De bank zal dan vooral werken met Carbon Contracts for Difference (CCfD's) en koolstofpremies die via aanbestedingen worden toegekend. Daarmee wil de Commissie investeerders meer inkomenszekerheid bieden en investeringen in koolstofarme technologieën minder risicovol maken.

7) Innovatiefonds blijft steun bieden 

De Commissie wil het Innovatiefonds uitbreiden zodat het ook na 2030 een stabiele en voorspelbare ondersteuning kan blijven bieden voor de ontwikkeling, marktintroductie en opschaling van innovatieve koolstofarme technologieën.

Daarnaast wil de Commissie de werking van het fonds verbeteren. Lidstaten die vandaag minder gebruikmaken van het fonds krijgen meer ondersteuning bij de ontwikkeling van projecten en technische bijstand. Ook komen er maatregelen om speculatieve subsidieaanvragen tegen te gaan en wordt de transparantie verhoogd via een jaarlijkse openbare rapportering.

8) Moderniseringsfonds blijft solidariteit ondersteunen

Het Moderniseringsfonds blijft bestaan en wordt uitgebreid. Het fonds zal naast investeringen in hernieuwbare energie ook projecten rond elektrificatie, industriële decarbonisatie en koolstofafvang ondersteunen.

Ook de bestaande solidariteitsmechanismen voor lidstaten met een lager inkomen blijven behouden. Lidstaten kunnen bovendien vrijwillig extra emissierechten uit hun veilinginkomsten aan het fonds toewijzen.

9) Gerichter gebruik van ETS-inkomsten 

De Commissie wil dat de inkomsten uit de veiling van emissierechten veel gerichter worden ingezet voor de klimaattransitie. Lidstaten zouden minstens de helft van hun ETS-opbrengsten moeten investeren in prioritaire sectoren, zoals industriële decarbonisatie, schone energie, elektriciteitsnetten, circulaire economie, onderzoek en innovatie.

De Commissie wil ook meer transparantie. Lidstaten zullen duidelijk moeten communiceren welke projecten met ETS-middelen worden gefinancierd en hoe de veilinginkomsten bijdragen aan de Europese klimaatdoelstellingen. Daarnaast zullen zij in hun nationale energie- en klimaatplannen vooraf moeten aangeven hoe zij deze inkomsten willen besteden.

10) Uitbreiding van ETS naar luchtvaart 

De Commissie wil het toepassingsgebied van het ETS verder uitbreiden. Voor de luchtvaart worden vanaf 2029 ook bepaalde langeafstandsvluchten vanuit de EU opgenomen. Er is wel een afstandslimiet van 5.000 kilometer. 

De opbrengsten van deze extra emissierechten wil de Commissie opnieuw investeren in de verduurzaming van de luchtvaart. De middelen moeten onder meer de productie en het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen, innovatieve koolstofarme technologieën en maatregelen om de klimaateffecten van condensstrepen te verminderen ondersteunen.

Tegelijk wordt rekening gehouden met het internationale CORSIA-systeem om dubbele koolstofbeprijzing te vermijden.

11) Uitbreiding van ETS naar de scheepvaart 

Voor de scheepvaart wordt het ETS uitgebreid naar bijkomende categorieën kleinere schepen en komen extra maatregelen tegen ontwijking van de regels. Daarnaast wordt een nieuw financieringsmechanisme - Sustainable Maritime Alternative Propulsion (SMAP) - voorgesteld om de verduurzaming van de maritieme sector te ondersteunen.

Daarnaast wil de Commissie enkele bestaande uitzonderingen verlengen. De afwijkingen voor onder meer ijsversterkte schepen en bepaalde vaarroutes blijven gelden tot eind 2035. Ook de tijdelijke herverdeling van emissierechten binnen de scheepvaart wordt verlengd tot eind 2038.

Omdat de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) werkt aan een wereldwijde regeling voor de uitstoot van de scheepvaart, wil de Commissie het EU ETS opnieuw evalueren zodra die regeling wordt ingevoerd. Zo wil ze dubbele koolstofbeprijzing voorkomen, zonder de werking van het ETS te ondergraven.

De Commissie reserveert ook een deel van de emissierechten om de minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten te ondersteunen.

12) Afvalverbranding onder het ETS

De Commissie stelt voor om ook de verbranding van niet-gevaarlijk afval geleidelijk onder het ETS te brengen. Afvalverbrandingsinstallaties zouden tussen 2031 en 2034 stapsgewijs toetreden.

Tegelijk blijven investeringen in emissiereductie, koolstofafvang en circulaire economie ondersteund via bestaande Europese fondsen. Voor de ultraperifere regio's geldt dit vanaf 2035. Lidstaten die gelijkwaardige nationale maatregelen hebben genomen, kunnen een afwijking aanvragen.

Volgende stappen 

Het voorstel wordt nu besproken door de 27 lidstaten en het Europees Parlement. Beide instellingen zullen eerst hun onderhandelingspositie bepalen, waarna de onderhandelingen over de definitieve tekst starten. Gezien de uiteenlopende standpunten over de toekomst van het ETS worden intensieve onderhandelingen verwacht.

Deze herziening heeft geen betrekking op ETS2, het aparte emissiehandelssysteem voor gebouwen, wegvervoer en kleine industrie. Dat systeem treedt in 2028 in werking en wordt later afzonderlijk geëvalueerd.

Eerste reactie

VLEVA-lid Agoria reageert voorzichtig positief op de hervorming van het ETS-systeem. "Het emissiehandelssysteem wordt beter afgestemd op de economische realiteit van bedrijven." "ETS1 moet ambitieus blijven, maar ook realistisch en werkbaar", stelt Bart Steukers, CEO van Agoria. "Bedrijven hebben nood aan competitieve prijzen voor duurzame energie, duidelijke regels en voldoende zekerheid om te investeren in klimaatneutrale technologieën."

Meer weten 

Attachment(s)