13 juli 2026 - door Paula Verschaeve
De Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) van het Europees Parlement heeft haar standpunt over het voorstel om vergunningsprocedures voor energie-infrastructuurprojecten te versnellen, goedgekeurd. Vervolgens werd dit verslag, overeenkomstig artikel 72 van het Reglement van het Europees Parlement, het onderhandelingsmandaat van het Parlement. Daardoor kunnen de trilogen met de Raad van start gaan.
🎯 Ontdek de belangrijkste punten uit het standpunt van het Europees Parlement.
De Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) van het Europees Parlement heeft op 2 juli haar standpunt goedgekeurd over een voorstel om vergunningsprocedures voor energie-infrastructuurprojecten te versnellen.
Het voorstel maakt deel uit van het Europees pakket voor energienetten en moet de uitrol van hernieuwbare energie en de uitbreiding van elektriciteitsnetten versnellen. Volgens het Parlement zullen snellere vergunningen bijdragen aan lagere energieprijzen, meer energieonafhankelijkheid en een sneller verloop van de energietransitie.
Na de goedkeuring van het verslag besliste de ITRE-commissie ook om op basis daarvan de onderhandelingen met de Raad te starten. Omdat binnen de termijn van artikel 72 van het Reglement van het Europees Parlement geen bezwaar werd ingediend door voldoende Europarlementsleden, geldt het verslag nu als het onderhandelingsmandaat van het Parlement. De trilogen met de Raad kunnen daardoor van start gaan.
Het Parlement wil de vergunningsprocedures voor projecten rond hernieuwbare energie, elektriciteitsnetten, energieopslag en laadinfrastructuur vereenvoudigen. Lidstaten moeten daarvoor één nationaal digitaal loket voorzien waar alle vergunningsstappen kunnen worden afgehandeld. Daarnaast komt er een specifiek Europees kader voor vergunningen voor infrastructuur voor elektriciteitsnetten.
De Europarlementsleden willen ook de termijnen voor vergunningen en netaansluitingen inkorten. Procedures voor netaansluitingen mogen maximaal drie maanden duren. Als de bevoegde overheid niet tijdig beslist, kunnen bepaalde projecten automatisch worden goedgekeurd (stilzwijgende goedkeuring). Voor nieuwe aansluitingen worden, afhankelijk van de locatie en de technologie, termijnen van zes tot negen maanden voorgesteld.
Het Parlement stelt voor om de vermogensdrempel waarvoor een vergunning nodig is, te verhogen van 100 kW naar 200 kW voor kleine zonne-installaties, energieopslag en laadstations. Voor laadstations met een totaal geïnstalleerd vermogen van maximaal 1 MW op bestaande kunstmatige constructies zou geen administratieve vergunning meer nodig zijn.
Daarnaast wil het Parlement de vergunning voor warmtepompen tot 50 MW binnen één maand afhandelen (drie maanden voor geothermische warmtepompen). Ook hier zou een stilzwijgende goedkeuring gelden wanneer de overheid niet tijdig beslist.
Het verslag versterkt ook het principe dat projecten voor hernieuwbare energie en elektriciteitsnetten in het overwegend openbaar belang zijn. Lidstaten zouden daarvan alleen nog mogen afwijken wanneer dat strikt noodzakelijk is om officieel beschermd cultureel erfgoed te beschermen.
Tot slot willen de Europarlementsleden de drempel voor de verplichte verdeling van projectvoordelen verlagen van 10 MW naar 7 MW. Daardoor moeten meer projecten een deel van hun economische voordelen delen met de lokale gemeenschap. Energiegemeenschappen en burgerprojecten worden van die verplichting vrijgesteld. Kwetsbare huishoudens moeten volgens het Parlement een passend deel van de voordelen ontvangen.
Nu ook het Europees Parlement zijn onderhandelingsmandaat heeft bevestigd, kunnen de trilogen met de Raad van start gaan. De Raad legde zijn standpunt eind juni al vast.
🔜 De ITRE-commissie industrie, onderzoek en energie van het Europees Parlement stemt in september over het verslag over het voorstel tot herziening van de verordening inzake de trans-Europese energie-infrastructuur (TEN-E).
Het ITRE-verslag van rapporteur Niels Fuglsang (zie bijlage)