Raad zet stap naar eenvoudigere Europese milieuregels

29 juni 2026 - door Paula Verschaeve

De Raad heeft op 24 juni zijn onderhandelingsmandaat vastgesteld voor drie voorstellen uit omnibus 8 over milieuwetgeving.

De voorstellen moeten regels en procedures rond industriële emissies, circulaire economie en ruimtelijke informatie vereenvoudigen.

🖇️ De teksten van de onderhandelingsmandaten van de Raad vind je in bijlage onderaan deze pagina.

De essentie 

  • Op 24 juni heeft Coreper I het onderhandelingsmandaat van de Raad goedgekeurd voor drie voorstellen uit het milieu-omnibuspakket.

  • Het pakket moet de administratieve lasten voor bedrijven en overheden verminderen. Dat gebeurt onder meer door de rapportageverplichtingen voor bepaalde industriële en landbouwsectoren te vereenvoudigen, enkele batterijregels te versoepelen en het beheer en de uitwisseling van milieugegevens te moderniseren.

  • De Raad behandelt de twee voorstellen over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) voorlopig niet verder. De werkzaamheden aan de verordening over het versnellen van milieubeoordelingen worden wel voortgezet.

Omnibus 8 - een overzicht

▶️ Omnibus 8 moet de Europese milieuwetgeving vereenvoudigen. Het pakket bevat maatregelen rond industriële emissies, circulaire economie, milieubeoordelingen en ruimtelijke informatie. Het bevat zes nieuwe wetgevingshandelingen: 

1) wijziging van de verordening voor batterijen en afgedankte batterijen en de verordening over de rapportage van milieugegevens van industriële installaties 

2) wijziging van de afvalrichtlijn, de richtlijn industriële emissies (inclusief veehouderij), de richtlijn middelgrote stookinstallaties en de herziene richtlijnen over industriële emissies en het storten van afvalstoffen

3) een voorstel voor een verordening dat de regels opschort voor de aanstelling van een gemachtigde vertegenwoordiger bij uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor batterijen, afgedankte batterijen, verpakkingen en verpakkingsafval

4) een voorstel voor een richtlijn dat de regels opschort voor de aanstelling van een gemachtigde vertegenwoordiger bij uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afvalstoffen, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en kunststofafval voor eenmalig gebruik 

5) een voorstel voor een verordening om milieubeoordelingen te versnellen

6) een wijziging van de richtlijn rond de infrastructuur voor ruimtelijke informatie (INSPIRE)

🎯 De standpunten van de Raad die op 24 juni zijn goedgekeurd, gaan over voorstel 1, 2 en 6. 

De Raad behandelt de twee voorstellen over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) voorlopig niet verder. Een ruime meerderheid van de lidstaten had bezwaren. Daarnaast verwacht de Commissie in het najaar van 2026 een grondige herziening van het EPR-kader in het kader van de nieuwe wetgeving voor de circulaire economie.

De Raad werkt intussen verder aan het voorstel om milieubeoordelingen te versnellen en wil daar snel een onderhandelingsmandaat voor vastleggen.

De belangrijkste punten uit de onderhandelingsmandaten

1️⃣ Wijziging van de verordening batterijen en afgedankte batterijen 

Voor de batterijenverordening bevat het standpunt van de Raad enkele gerichte wijzigingen. Zo vervangt de Raad de voorgestelde definitie van “zeer zorgwekkende stof” (SVHC) door een verwijzing naar de bestaande definitie van “zorgwekkende stoffen” in de verordening rond ecodesign. 

Vanaf 18 februari 2027 moeten bepaalde batterijen, zoals batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen, een QR-code hebben.

De Raad stelt ook de regels over de verwijderbaarheid van batterijen voor bepaalde productcategorieën met 18 maanden uit, zodat bedrijven meer tijd krijgen om zich aan de nieuwe vereisten aan te passen.

2️⃣ Wijziging van de verordening rapportage van milieugegevens van industriële installaties

Voor de verordening over het portaal voor industriële emissies behoudt de Raad de voorgestelde vrijstelling van bepaalde rapporteringsverplichtingen voor veehouderijen en aquacultuurinstallaties. De wijzigingen zijn vooral technisch en redactioneel.

De vrijstelling van de rapportering over onder meer productievolume, bedrijfsuren en overdrachten buiten de locatie blijft behouden. Daardoor verandert er inhoudelijk weinig aan de beoogde vermindering van de administratieve lasten voor deze bedrijven.

3️⃣ Wijziging van de richtlijn afvalstoffen 

De Raad wijzigt het Commissievoorstel op enkele punten. Zo schrapt de Raad de voorgestelde harmonisering van de rapporteringsfrequentie voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR), waardoor de bestaande nationale verschillen behouden blijven. 

Daarnaast moet het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) de gerapporteerde gegevens over chemische stoffen niet alleen bewaren, maar ook openbaar beschikbaar maken. Daarmee versterkt de Raad de transparantie van het systeem.

4️⃣ Wijziging van de richtlijn industriële emissies en emissies uit de veehouderij

De Raad brengt ook een aantal bijkomende wijzigingen aan de richtlijn industriële emissies aan. Zo voert de Raad opnieuw een verplicht milieubeheersysteem (EMS) in voor industriële installaties, met uitzonderingen voor bedrijven die al aan erkende beheersystemen voldoen.

Daarnaast wordt opnieuw een beperktere inventaris van gevaarlijke chemische stoffen ingevoerd. Bedrijven mogen daarvoor bestaande documenten hergebruiken om de administratieve lasten te beperken. 

Verder scherpt de Raad de regels aan voor elektronische rapportering, publieke inspraak en de overgangsregeling voor de toepassing van de nieuwe verplichtingen.

5️⃣ Wijziging van de richtlijn middelgrote stookinstallaties, industriële emissies en het storten van afvalstoffen

Voor de overige bepalingen volgt de Raad grotendeels het voorstel van de Europese Commissie. Zo blijven de voorgestelde overgangsregels behouden, al worden die voortaan opgenomen in de richtlijn industriële emissies in plaats van in een afzonderlijke richtlijn. Daarmee wil de Raad de regelgeving overzichtelijker maken.

6️⃣ Wijziging van de richtlijn rond infrastructuur voor ruimtelijke informatie (INSPIRE)

Het voorstel van de Commissie moet de technische regels voor georuimtelijke gegevens vereenvoudigen en de uitwisseling van ruimtelijke informatie tussen overheden verbeteren. De Raad steunt de algemene aanpak van de Commissie, maar wil enkele belangrijke aanpassingen doorvoeren.

Zo behoudt de Raad een vereenvoudigd kader voor de interoperabiliteit van ruimtelijke datasets en diensten. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat datasets ook grensoverschrijdend eenvoudig kunnen worden gebruikt. De Commissie krijgt de opdracht om hiervoor richtsnoeren op basis van Europese en internationale normen op te stellen.

Daarnaast wil de Raad de eisen voor metadata uitbreiden. Metadata moeten actueel blijven en meer informatie bevatten, zoals de beschikbare toegangsmethoden (bijvoorbeeld API's), dataschema's en open machineleesbare formaten. Ook moeten ruimtelijke datasets via API's of andere machineleesbare diensten toegankelijk zijn. Waar mogelijk moet ook een bulksgewijze download beschikbaar zijn.

Verder voert de Raad opnieuw bepalingen in over de uitwisseling van gegevens tussen overheden. Overheidsinstanties moeten datasets gemakkelijker kunnen delen voor de uitvoering van hun publieke taken, ook over de landsgrenzen heen. Daarbij blijven uitzonderingen mogelijk voor onder meer nationale veiligheid en openbare orde.

Tot slot stelt de Raad voor om de omzettingstermijn voor de lidstaten te verdubbelen van 12 naar 24 maanden. De voorgestelde toepassingsdatum van 1 maart 2027 voor een aantal bepalingen blijft behouden.

Volgende stappen 

Zodra het Europees Parlement zijn standpunt over de drie voorstellen heeft vastgesteld, kunnen de onderhandelingen met de Raad van start gaan. 🇪🇺


Meer weten 

Het persbericht van de Raad 

Attachment(s)