MFK maart 2026: lijnen worden scherper

30 maart 2026 - door Kaatje Gevaert

Maart 2026 bracht geen politieke doorbraak in het debat over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034, maar het werd wel duidelijker waar de belangrijkste spanningsvelden liggen. De contouren van de toekomstige EU-begroting tekenen zich scherper af rond vereenvoudiging, strategische autonomie en een toenemende discussie over de verdeling van middelen.

Drie tendensen springen eruit:

  • Governance staat centraal – Raad, Parlement en regio’s willen meer controle over een begroting die tegelijk flexibeler en minder versnipperd moet worden.

  • Concurrentievermogen als leidraad – initiatieven zoals het Europees concurrentiefonds en het programma voor de interne markt wijzen op een sterkere focus op industrie, innovatie en strategische technologie.

  • Verdelingsdebat keert terug – discussies over cohesie, landbouw en rebates tonen dat klassieke budgetconflicten opnieuw op de voorgrond treden.

Hoewel de Europese agenda sterk wordt bepaald door geopolitieke druk, veiligheid en defensie, schoof het MFK-dossier achter de schermen wel degelijk op via voorbereidende besprekingen en scherpere institutionele positionering.

Officiële EU-instellingen: afbakening zonder doorbraak

Europese Commissie bereidt MFK technisch voor

Begin maart zette de Europese Commissie een eerste stap in de verdere uitwerking van de begrotingsarchitectuur voor de periode 2028-2034. Op 4 maart lanceerde zij een oproep tot input voor richtsnoeren rond de toepassing van het “do no significant harm”-principe binnen het MFK.

Dit principe houdt in dat EU-uitgaven geen significante schade mogen toebrengen aan milieudoelstellingen zoals klimaatmitigatie, biodiversiteit, circulaire economie of de bescherming van water- en luchtkwaliteit. Het vormt een horizontale beoordelingsbasis voor investeringen en moet ervoor zorgen dat Europese financiering coherent blijft met de Green Deal en bredere duurzaamheidsdoelstellingen.

De Commissie wil deze richtsnoeren tegen 1 januari 2027 vastleggen, om het principe consistent toe te passen en de administratieve complexiteit te beperken. Hoewel dit dossier in maart geen politiek zwaartepunt vormde, toont het wel aan dat de Commissie de technische fundamenten van het toekomstige MFK verder voorbereidt.

Raad van de Europese Unie: Lidstaten vragen meer grip op begrotingssturing

Op 11 maart bespraken de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten in Coreper het MFK 2028-2034, in voorbereiding van de Raad Algemene Zaken. Daarbij werd bevestigd dat het Cypriotische voorzitterschap mikt op een eerste onderhandelingsdocument met indicatieve cijfers tegen juni.

Tijdens de Raad Algemene Zaken van 17 maart pleitten de lidstaten bijna unaniem voor een sterkere rol van de Raad in het toekomstige begrotingsbestuur. De centrale boodschap was dat meer flexibiliteit in de EU-begroting niet mag leiden tot een te sterke centralisatie bij de Europese Commissie. Lidstaten willen voldoende grip behouden op de programmering, uitvoering en strategische prioriteiten van het MFK.

Tijdens diezelfde Raad benadrukte Vlaams minister-president Matthias Diependaele het belang van sterke regio’s voor zowel cohesie als concurrentievermogen. Hij pleitte voor een begrotingskader dat de industriële, groene en digitale transitie ondersteunt en inzet op innovatie, werkgelegenheid en inclusie. Daarbij wees hij op het belang van een evenwicht tussen vereenvoudiging, flexibiliteit en stabiliteit, met een voldoende en beschermd budget voor alle regio’s.

De discussies binnen de Raad bevestigen dat lidstaten een belangrijke rol willen behouden in de strategische aansturing van de EU-begroting.

Europese Raad schuift politieke keuzes vooruit

In de aanloop naar de Europese Raad van 19 maart leek het alsof het MFK hoger op de politieke agenda zou komen, onder meer via verwijzingen naar de bijdrage van de EU-begroting aan prioriteiten zoals concurrentievermogen, veiligheid en strategische autonomie.

Toch werd het MFK in de conclusies van 20 maart niet expliciet behandeld.  De voorbereide conclusies werden geschrapt en het debat verschuift naar de volgende informele top van 23-24 april 2026 in Cyprus en de volgende formele Europese Raad van 18-19 juni 2026.. Dit illustreert hoe de langetermijnbegroting momenteel moet concurreren met andere dringende geopolitieke dossiers.

Tegelijk bevestigt dit dat de belangrijkste politieke keuzes over de omvang en prioriteiten van het MFK pas in een latere fase van de onderhandelingen zullen worden gemaakt.

Europees Parlement zet inhoudelijke lijnen uit

Het Europees Parlement gebruikte maart om zijn inhoudelijke prioriteiten voor het toekomstige MFK verder te verfijnen. In de Begrotingscommissie klonk kritiek op een model dat te veel flexibiliteit zou toelaten zonder voldoende democratische controle en territoriale verankering. Met input van het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité werd benadrukt dat vereenvoudiging niet mag leiden tot minder transparantie of voorspelbaarheid voor begunstigden.

Ook op programmaniveau werden duidelijke signalen gegeven. De parlementaire commissie voor de Interne Markt en Consumentenbescherming sprak haar steun uit voor de oprichting van één geïntegreerd programma voor de interne markt en de douane-unie voor de periode 2028-2034. Dit programma zou vier bestaande financieringsinstrumenten bundelen — interne markt, douane-unie, fiscale samenwerking en fraudebestrijding — met een budget van 6,2 miljard euro. Het voorstel past in een bredere evolutie naar minder versnippering van EU-financiering en een sterkere focus op strategische autonomie.

Daarnaast werd in de commissie voor Regionale Ontwikkeling gewaarschuwd voor een te sterke centralisatie van het cohesiebeleid, waarbij regio’s minder betrokken zouden worden bij de uitvoering van programma’s.

Ook binnen onderzoek en innovatie worden duidelijke accenten gelegd. Het conceptrapport van de ITRE-commissie over het tiende kaderprogramma (KP10) benadrukt het belang van excellentie, open competitie en een ambitieus budget.

Een analyse van de Budgetary Support Unit wijst bovendien op een structurele evolutie naar minder, maar bredere en flexibelere programma’s. Hoewel dit vereenvoudiging kan bevorderen, kan het tegelijk moeilijker worden om middelen per beleidsdoel nauwkeurig te traceren. Daarmee komt opnieuw een centrale spanning in het debat naar voren: flexibiliteit mag niet ten koste gaan van transparantie en democratische controle.

Wat bracht maart nu echt op?

Maart leverde geen formele beslissingen op, maar wel duidelijke politieke positionering. Zo werd bevestigd dat het Cypriotische voorzitterschap het dossier richting juni wil structureren met een eerste nego-box met indicatieve cijfers. Tegelijk is het debat over governance duidelijk opengebroken: instellingen en regio’s benadrukken dat vereenvoudiging niet mag leiden tot centralisatie of institutionele scheeftrekking.

Ook inhoudelijk worden de prioriteiten van het volgende MFK steeds scherper zichtbaar. Concurrentievermogen, strategische autonomie, industriële transitie, digitalisering en marktintegratie schuiven nadrukkelijk naar voren als organiserende principes van de toekomstige begrotingsarchitectuur.

Daarnaast keren klassieke verdelingsdiscussies terug, onder meer over cohesie, landbouw en rebates. Dat wijst erop dat de onderhandelingen in een volgende fase ook opnieuw zullen draaien rond de vraag hoe de financiële lasten tussen lidstaten worden verdeeld.

De grote keuzes zijn dus nog niet gemaakt, maar het onderhandelingslandschap is wel een stuk duidelijker geworden in maart.

Volgende stappen

Europees Parlement

  • Stemming rapport in parlementaire commissie: 8–9 april 2026

  • Plenaire debat: 28 april 2026

Raad van de EU

  • Verdere technische besprekingen lopen

  • Lidstaten mikken op een politiek akkoord tegen eind 2026