MFK 2028–2034: wat speelde in februari?

02 maart 2026 - door Kaatje Gevaert

Februari stond in het teken van de positionering én versnelling van het debat over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034. EU-instellingen scherpen hun prioriteiten aan, terwijl lidstaten en stakeholders bijsturen op structuur, governance en budgettaire keuzes.

VLEVA geeft je een maandelijkse update. Februari in een oogopslag:

  • De Raad werkt toe naar een “onderhandelingsbox” met indicatieve cijfers tegen juni.

  • Parlement, regio’s en middenveld vragen meer begrotingsruimte, duidelijke spelregels en bescherming van cohesie en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

  • De Europese Rekenkamer plaatst fundamentele kanttekeningen bij controle en prestatiemeting.

Februari: dit moet je weten

Het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 bepaalt de financiële en strategische koers van de EU voor de komende zeven jaar. Het legt vast hoeveel middelen beschikbaar zijn, welke beleidsprioriteiten centraal staan en volgens welke governance- en controlemechanismen die middelen worden ingezet. In februari kwam het debat in een stroomversnelling: instellingen, lidstaten en stakeholders scherpten hun posities aan rond omvang, structuur, eigen middelen en de nieuwe begrotingsarchitectuur. 

Hieronder krijg je een overzicht van wat er bewoog binnen de verschillende EU-instellingen én vanuit regio’s, adviesorganen en het middenveld.

De Raad: richting onderhandelingsbox

Tijdens de Raad Algemene Zaken (24 februari) bevestigde het Cypriotisch voorzitterschap de ambitie om tegen juni een “evenwichtige, goed onderbouwde onderhandelingsbox met indicatieve cijfers” voor te leggen.

Maart moet politieke richting geven. Juni wordt een eerste scharniermoment, vooral rond:

  • het inkomstenluik (eigen middelen)

  • de globale budgettaire evenwichten

  • de positionering van klassieke beleidsdomeinen tegenover nieuwe prioriteiten

Ook in de vakraden liep het debat verder:

Landbouw als testdossier

De Landbouwraad (23 februari) maakte duidelijk dat het GLB na 2027 uitgroeit tot een echte test voor de nieuwe begrotingsarchitectuur.

Belangrijkste spanningen:

  • Nationale aanbevelingen voor het GLB mogen volgens meerdere lidstaten (o.a. Frankrijk, Spanje, Duitsland, Finland) niet juridisch bindend zijn.

  • 17 lidstaten vragen om GLB-bepalingen uit de verordening inzake Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP) over te hevelen naar de GLB-wetgeving zelf, om juridische duidelijkheid en uitvoerbaarheid te garanderen.

De kernvraag in het debat: hoe komen we tot meer vereenvoudiging zonder versnippering of een ongelijk speelveld?

Competitiviteit en onderzoek

In de Raad Concurrentievermogen (26 februari) stond het Europees Concurrentiefonds (ECF) centraal, samen met de voorbereiding van Horizon Europe na 2027 (FP10).

De discussie draait rond:

  • opschaling van waardeketens,

  • mobilisatie van privaat kapitaal (de-risking),

  • de positionering van FP10 tegenover het competitiviteitsfonds,

  • de rol van partnerschappen, missies, onderzoeksveiligheid en dual-use onderzoek.

Europese Commissie: modernisering onder druk

De Commissie blijft haar voorstel verdedigen als een modernere en flexibelere begrotingsarchitectuur, met meer EU-sturing.

Toch liep de discussie in februari op rond:

Administratieve uitgaven 

  • Negen lidstaten verzetten zich tegen de voorgestelde uitbreiding (+2.500 posten) en vragen expliciete kostenreductiedoelen.

  • De Commissie wijst op eerdere personeelsreductie (-5%) en een bestaand “capaciteitstekort”, mede door nieuwe bevoegdheden.

Defensie en ruimte

Commissaris Kubilius schetste een politieke ambitie van €60–70 miljard voor defensie binnen een bredere enveloppe voor ruimte en defensie. Dit kadert in de bredere discussie over prioriteiten en schaal van EU-investeringen.

Europees Parlement: omvang, eigen middelen en transparantie

Binnen Binnen het Parlement tekent zich een duidelijke lijn af:

  • Pleidooi voor meer begrotingsruimte

  • Debat over Next Generation Europe-terugbetalingen buiten de MFK-plafonds

  • Versterking van eigen middelen

  • Bescherming van cohesie en GLB naast nieuwe prioriteiten zoals competitiviteit en defensie

De commissie Begrotingscontrole (CONT) legt sterk de nadruk op controleerbaarheid en transparantie, zeker bij prestatiegerichte financiering.

Europese Rekenkamer: waakzaam over controle en prestaties

Op 24 februari publiceerde de Europese Rekenkamer twee adviezen over het voorgestelde Europees Fonds (goed voor 44% van het toekomstige MFK, ca. €865 miljard).

Belangrijkste aandachtspunten:

  • De overstap naar betalingen op basis van mijlpalen en doelstellingen (in plaats van terugbetaling van kosten) vereist zeer duidelijke, meetbare criteria.

  • Verschillen in nationale ambitie kunnen het gelijk speelveld onder druk zetten.

  • Te sterke afhankelijkheid van nationale controlesystemen verhoogt risico’s.

  • Een kwart van de interventiedomeinen bevat geen resultaatsindicatoren; impactindicatoren ontbreken volledig.

De boodschap is duidelijk: vereenvoudiging mag niet ten koste gaan van traceerbaarheid, transparantie en rechtszekerheid.

Ook regio’s en stakeholders laten zich horen

  • Comité van de Regio’s en CPMR ((Perifere Maritieme Regio’s) waarschuwen voor te sterke centralisatie via de NRPP en pleiten voor een duidelijke territoriale verankering.

  • EESC (European Economic and Social Committee) waarschuwt voor de risico’s van een verlaging van het MFK-plafond.

  • NGO’s vragen dat ontwikkelingsdoelstellingen in het externe beleid niet ondergesneeuwd raken door investerings- en geopolitieke logica.

Vooruitblik: Tijdlijn MFK 2028-2034 en sleutelelementen

Maart 2026

  • 19–20 maart Europese Raad: bespreking strategische lijnen

  • Verdere focus op eigen middelen

April 2026

  • 8–9 apr: Europees Parlement – BUDG: stemming over het ontwerpverslag MFK (met alle amendementen).
    → belangrijk signaal richting Raad/Commissie over prioriteiten (omvang, structuur, NGEU-schuld, eigen middelen, NRPP).

Mei 2026

  • 28 mei: Raad Concurrentievermogen – beoogde stap naar (gedeeltelijke) algemene oriëntatie over FP10 (Horizon Europe 2028–2034).

  • Mei (plenaire stemming): Europees Parlement bespreekt/positioneert zich verder over MFK-lijnen (afhankelijk van agenda en finale timing van het verslag).

Juni 2026

  • Europese Raad (juni): verwacht scharniermoment voor het MFK, met zwaardere focus op het inkomstenluik (eigen middelen) en verdere politieke “guidance”.

  • Juni: mogelijke verdere uitklaring over architectuur (NRPP, competitiviteitsinstrumenten) in de Raad.

Zomer 2026

  • Juli–september: voortzetting technische onderhandelingen in de Raad (werkgroepen/COREPER), met mogelijke “onderhandelingsbox” die concreter wordt (ook indicatieve cijfers).

Najaar 2026

  • Oktober & december 2026: Europese Raad blijft MFK opvolgen (volgens de geplande bespreekmomenten in 2026).

  • Eind 2026: politieke ambitie om een akkoordkader rond MFK dichterbij te brengen (met een mogelijk buitengewoon moment later in het jaar, afhankelijk van de voortgang).

Conclusie

Februari bracht nog geen beslissingen, maar wel duidelijkheid. De grote lijnen van het MFK 2028-2034 worden scherper: de Raad werkt toe naar indicatieve cijfers, de Europese Rekenkamer waarschuwt voor de risico’s van prestatiegerichte financiering, het Parlement focust op omvang en transparantie, en regio’s en stakeholders verdedigen de territoriale samenhang.

Het debat draait daarbij niet alleen om budgettaire omvang, maar om fundamentele keuzes over governance: wie stuurt, hoe wordt er gecontroleerd, wat wordt gemeten en hoe blijft het speelveld eerlijk?

Landbouw fungeert als eerste testdossier voor de nieuwe begrotingsarchitectuur. Het Europees Fonds moet bewijzen dat financiering op basis van resultaten werkbaar en controleerbaar is. En de discussie rond de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP) legt de kernvraag bloot: meer centrale sturing of voldoende ruimte voor sectorale logica?

Juni 2026 wordt het eerste echte sleutelmoment waarop deze keuzes concreter vorm zullen krijgen.