Takeaways Groot Vlaams Europadebat 2026

19 oktober 2026 - door Paula Verschaeve

Inspirerende vijfde editie van het Groot Vlaams Europadebat! 🇪🇺💡

Onze jaarlijkse afspraak van het Vlaams Parlement en VLEVA houdt Europa top of mind in Vlaanderen. Daarvoor brengen we graag beleidsmakers en belanghebbenden samen.

Dit jaar stond Europese strategische autonomie centraal. Hoe kan Europa sterker en onafhankelijker worden in een snel veranderende wereld? Met die vraag als vertrekpunt schetste EU-journalist bij De Tijd Jürgen Gevaert de belangrijkste geopolitieke uitdagingen.

Vijf VLEVA-leden - pharma.be, imec, North Sea Port, De Blauwe Cluster en Voka - maakten de vertaalslag naar hun eigen expertise en belichtten elk een specifiek deelthema. Zeven beleidsmakers deelden hun visie: wat moet Europa meer doen, en wat net niet? Dat zorgde voor nieuwe inzichten, boeiende discussies en verschillende perspectieven. Want sterk Europees beleid begint bij een open dialoog. 

👉🏻 In deze blog lees je welke Europese hangijzers vijf VLEVA-leden op tafel legden en hoe zeven beleidsmakers daarop reageerden.

Strategische autonomie: Europa zoekt het evenwicht

💡 Strategische autonomie door de lens van EU-journalist Jürgen Gevaert

Het concept van Europese strategische autonomie stond lange tijd nauwelijks op de Belgische politieke agenda. Toen de Franse president Emmanuel Macron in 2017 pleitte voor een Europa dat zelfstandig kon optreden op het vlak van defensie, reageerden veel EU-lidstaten terughoudend. Vandaag is het beeld helemaal anders. Strategische autonomie is uitgegroeid tot een centrale ambitie van de EU en krijgt ook een prominente plaats in het federale en Vlaamse regeerakkoord.

Die ommezwaai kwam er niet toevallig. Het America First-beleid van Donald Trump, de groeiende economische macht van China, de brexit en coronapandemie maakten duidelijk hoe kwetsbaar Europa is door zijn afhankelijkheid van andere landen. De Russische invasie van Oekraïne in 2022 zette die kwetsbaarheid nog scherper in de verf. Europa besefte dat het dringend meer controle moest krijgen over zijn eigen veiligheid, energievoorziening, grondstoffen en technologie.

Wat begon als een debat over defensie, groeide zo uit tot een veel bredere Europese ambitie. Met open strategische autonomie wil de EU economisch sterker en minder afhankelijk worden, zonder zich af te sluiten van internationale handel en samenwerking. Die ambitie loopt vandaag als een rode draad door het Europese beleid, van industrie en concurrentievermogen tot energie, defensie en economische veiligheid.

Maar tussen ambitie en uitvoering ligt nog een lange weg. Dat blijkt uit verschillende Europese dossiers. Zo roept de Industrial Accelerator Act de vraag op of Europa voorrang moet geven aan producten van eigen bodem of ook ruimte moet laten voor internationale partners. Bij EU Inc., een nieuw Europees kader voor bedrijven, dreigen nationale uitzonderingen de vereenvoudiging in de weg te staan. Ook plannen voor meer Europees financieel toezicht botsen op nationale belangen. 

De grootste uitdaging ligt dan ook niet zozeer in het bepalen van ambities, maar vooral in het omzetten ervan in concrete maatregelen. Meer bevoegdheden op Europees niveau zijn niet altijd de oplossing, maar zolang nationale belangen gezamenlijke beslissingen afremmen, dreigt strategische autonomie vooral een ambitie op papier te blijven. 

Zijn de lidstaten bereid om verder te kijken dan hun eigen belangen en Europa daadwerkelijk sterker en zelfstandiger te maken?

1 - pharma.be over de beschikbaarheid van geneesmiddelen

💡 Als de EU-lidstaten elk hun eigen geneesmiddelenbeleid blijven voeren, worden geneesmiddelen duurder en verliest Europa steeds meer innovatie aan de VS en China.

De coronapandemie heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk strategische autonomie voor geneesmiddelen is. pharma.be verwelkomt daarom de ambities van de European Critical Medicines Act: voldoende voorraden van kritische geneesmiddelen, meer productie in Europa en meer diverse internationale aanvoerketens. Toch waarschuwt de sector voor twee valkuilen.

Ten eerste pleit pharma.be voor meer Europese samenwerking in plaats van een ‘elk voor zich’-beleid. Verschillende lidstaten bouwen eigen strategische voorraden en monitoringssystemen uit. Dat brengt hoge kosten met zich mee voor farmabedrijven en kan de prijs van essentiële geneesmiddelen en de druk op gezondheidszorgbudgetten verhogen.

Ten tweede vraagt de vereniging om ook de geneesmiddelen van morgen veilig te stellen. Europa mag zich niet blindstaren op de noden van vandaag, maar moet aantrekkelijk blijven voor onderzoek, ontwikkeling, productie en markttoegang van nieuwe behandelingen. Zonder een sterk innovatiebeleid dreigen patiënten met bijvoorbeeld zeldzame ziekten of bepaalde kankers ook in de toekomst minder toegang te krijgen tot innovatieve geneesmiddelen.

Hoe kijken beleidsmakers hiernaar?  

🗣️ Hilde Vautmans (Anders) pleit voor een Europese gezondheidsunie. “We moeten de radicale pro-Europese kaart trekken, met meer gezamenlijke productie, minder regels voor onze ondernemingen, meer steun voor innovatie en minder afhankelijkheid van de VS en China voor producten die we absoluut nodig hebben”, stelt ze.

🗣️ Marc Botenga (PVDA) benadrukt dat Europa lessen moet trekken uit de coronacrisis. “We hebben inderdaad een Europese actie nodig, maar die moet anders zijn dan tijdens COVID-19.” Hij pleit voor meer transparantie en garanties dat er voldoende geneesmiddelen zijn voor alle lidstaten. Daarnaast pleit hij voor een Europese publieke onderzoeksinfrastructuur voor de farmasector. Die moet onderzoek en innovatie stimuleren en gerichte investeringen in Europese prioriteiten mogelijk maken.

🗣️ Volgens Bruno Tobback (Vooruit) heeft de coronapandemie aangetoond dat gezamenlijke Europese aankopen en een gemeenschappelijk geneesmiddelenbeleid geneesmiddelen sneller en goedkoper beschikbaar kunnen maken. Daarbij moet Europa wel rekening houden met de verschillen tussen nationale gezondheidszorgsystemen. Daarnaast pleit hij ervoor om de voordelen van de interne markt beter te benutten door gezondheidsdata, onderzoek en klinische proeven toegankelijker te maken en beter op elkaar af te stemmen.

👀 Bekijk hier de pitch van Caroline Ven, CEO van pharma.be.

2 - imec over de nood aan opschaling

💡 De European Chips Act toont waar Europa echt tekortschiet: niet in innovatie, maar in opschaling.

imec ziet elke dag hoeveel talent, creativiteit en kennis Europa in huis heeft. Toch slaagt Europa er volgens het onderzoekscentrum te weinig in om die sterke onderzoeksresultaten om te zetten in industrieel leiderschap en productiecapaciteit. Europa heeft geen innovatieprobleem, maar een opschalingsprobleem.

Daarom is de Europese Chips Act zo belangrijk voor imec en Vlaanderen. Europa erkent daarmee niet alleen het belang van onderzoek, maar ook de noodzaak om te investeren in de volledige innovatie-waardeketen: van fundamenteel onderzoek tot pilootlijnen, prototyping en industriële productie. Net die tussenstappen helpen om onderzoeksresultaten naar concrete toepassingen en productie te brengen. Voor imec is dat niet alleen een economische keuze, maar ook een strategische.

Volgens imec betekent strategische autonomie niet dat Europa alles zelf moet ontwikkelen of produceren. Wel moet Europa inzetten op unieke, kritische technologieën waarmee het een onmisbare partner wordt in de wereldwijde waardeketen. Zo bouwt Europa wederzijdse afhankelijkheden op en versterkt het zijn strategische positie. ASML is daar een sterk voorbeeld van.

Met een nieuwe Chips Act in voorbereiding pleit imec ervoor om die ambitie voort te zetten en de budgetten verder te vergroten. Europa moet zijn onderzoeksinstellingen, universiteiten en industriële spelers beter verbinden over de grenzen heen. Ook sectoren zoals de auto-industrie, telecom en gezondheidszorg moeten daarbij betrokken worden. Daarnaast is voldoende durfkapitaal nodig om Europese start-ups te laten doorgroeien.

De boodschap van imec gaat verder dan chips alleen. Het draait om de vraag of Europa het voortouw wil nemen in de ontwikkeling van technologieën die onze toekomst vormgeven. Niet of Europa daartoe in staat is, maar of het voldoende durf en ambitie toont om groot te denken.

Hoe kijken beleidsmakers hiernaar?  

🗣️ Volgens Barbara Bonte (Vlaams Belang) belemmeren vooral de hoge energiekosten de Europese chipproductie. De EU zette volgens haar te sterk in op milieubeleid en hernieuwbare energie, ten koste van kernenergie en kleine modulaire reactoren (SMR’s). De keuze van de energiemix moet bij de lidstaten blijven. Ook het gebrek aan durfkapitaal en complexe vergunningsprocedures remmen de productie af. Ze pleit daarom voor minder administratieve drempels.

🗣️ Staf Aerts (Groen) wijst op de kloof tussen vraag en aanbod: “Als Europa 20% van de chips wereldwijd gebruikt, maar slechts 10% produceert, ontstaat er een groot spanningsveld.” De Chips Act 2.0 is volgens hem een stap vooruit, dankzij het toezicht op afhankelijkheden en gezamenlijke aankopen bij crisissen. Toch vindt hij de maatregelen aan de vraagzijde te vrijblijvend. Hij pleit daarom voor een sterkere Europese voorkeur bij overheidsopdrachten om de strategische autonomie te versterken.

🗣️ “Een groot deel van onze chips komt uit Taiwan. We moeten stoppen met naïef te zijn tegenover China”, stelt Hilde Vautmans (Anders). Ze pleit voor eerlijke concurrentie en wederzijdse markttoegang, zonder dumping of oneerlijke subsidies. Tegelijk moet Europa volgens haar zijn eigen huiswerk maken: een échte interne markt voor innovatieve producten, minder belemmerende regels en betere toegang tot durfkapitaal.

3 - North Sea Port over zijn rol als energiehub

💡 Europa kan tegen 2050 volledig onafhankelijk zijn van energie-import. 

Voor North Sea Port staat het bredere Europese energievraagstuk centraal: de noodzaak om de energiebevoorrading van Europa verder te diversifiëren en tegelijk de energieafhankelijkheid van derde landen te verminderen. Daarbij komt ook de cruciale bijdrage die havens kunnen leveren aan de Europese energietransitie en energiezekerheid.

North Sea Port benadrukt zijn belangrijke rol als energiehub, waar verschillende energiebronnen samenkomen, zoals windenergie op zee, zonne-energie, gas en kernenergie. Daarnaast investeert de haven volop in oplossingen om de energieafhankelijkheid te verkleinen. Denk aan de ontwikkeling van waterstof, duurzame vliegtuigbrandstoffen en biogebaseerde alternatieven. 

De Europese Havenstrategie (European Port Strategy) erkent de sleutelrol die havens hierin spelen. Maar erkenning alleen volstaat niet om een markt te ontwikkelen. Daarvoor zijn gerichte investeringen in infrastructuur nodig. De economie volgt immers de infrastructuur: als de nodige infrastructuur aanwezig is, trekt die nieuwe economische activiteiten aan. Infrastructuur wordt daarbij ruim opgevat, van duidelijke beleidskaders tot fysieke voorzieningen zoals pijpleidingen. 

North Sea Port benadrukt daarbij het belang van grensoverschrijdende samenwerking. Het is essentieel om verder te kijken dan Vlaanderen en te investeren in verbindingen over de landsgrenzen heen. Zo kunnen bedrijven in de havengebieden hun energie tegen de laagst mogelijke kosten ontvangen en hun CO₂ efficiënt afvoeren.

Investeringen in infrastructuur zijn daarbij cruciaal. Door havens, industrieclusters en grensoverschrijdende verbindingen te versterken, bouwen we aan een sterker en competitiever Europa.

Hoe kijken beleidsmakers hiernaar?  

🗣️ “Als we niet proberen om tegen 2050 volledig onafhankelijk te worden van energie-import, dan zijn we pas echt dom bezig”, aldus Bruno Tobback (Vooruit). Volgens hem kan Europa het zich niet permitteren om die ambitie niet minstens na te streven. “We moeten alle mogelijkheden benutten en dit voor de volle 200 procent serieus nemen.”

🗣️ Volgens Bram van Hecke (JONGCD&V) moeten we af van onze naïviteit. We moeten absoluut vergroenen, maar vooral het juiste kader daarvoor bieden. Als we in 2050 niet volledig onafhankelijk zijn van de rest van de wereld, is dat geen probleem. Maar dat mag niet gebeuren op een naïeve manier of op een manier die onze economie doodknijpt.

🗣️ “Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is om drie redenen problematisch”, zei Staf Aerts (Groen): we moeten onze uitstoot verminderen, we zijn afhankelijk van onbetrouwbare partners zoals Rusland en de VS, en onze energiefacturen zijn te hoog. Volgens Aerts moeten we die drie uitdagingen aanpakken door veel sterker in te zetten op hernieuwbare energie, die we dicht bij huis kunnen opwekken.

👀 Bekijk hier de pitch van Cas König, CEO van North Sea Port.

4 - De Blauwe Cluster over het potentieel van de blauwe economie 

💡 De strategische autonomie van Europa en Vlaanderen begint op zee.

Voor De Blauwe Cluster begint strategische autonomie op het vlak van energie op zee. Hoewel de aandacht vaak uitgaat naar opschaling en industriële productie, beschikt Vlaanderen vandaag al over heel wat kennis, expertise en innovatie. Die troeven blijven volgens De Blauwe Cluster nog te vaak onderbelicht.

Daarom benadrukt de organisatie het strategische belang van de blauwe economie voor Vlaanderen en Europa. Denk aan onze toonaangevende havens en de sterke positie in offshore windenergie. Windenergie op de Belgische Noordzee is vandaag goed voor 10% van onze elektriciteitsproductie. Achter die sector staan zo'n 230 bedrijven, samen goed voor 11.000 jobs.

Volgens De Blauwe Cluster mogen we veel trotser zijn op deze Vlaamse sterkte. Europa is een pionier en wereldleider in offshore windenergie. Dankzij de opgebouwde kennis en expertise groeit offshore windenergie uit tot een betaalbare en beschikbare vorm van hernieuwbare energie. Die innovatiekracht versterkt niet alleen Vlaanderen, maar ook de strategische positie van Europa.

Tegelijkertijd staan onze zeeën steeds meer onder druk. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, toenemende concurrentie om ruimte en veiligheidsrisico's brengen grote uitdagingen met zich mee. Twee Europese beleidsinitiatieven spelen hierin een belangrijke rol: de Ocean Act en de Industrial Accelerator Act.

Met de Ocean Act wil Europa de verschillende beleidsinitiatieven rond oceanen en zeeën beter op elkaar afstemmen. De Blauwe Cluster pleit daarbij voor sterkere samenwerking tussen lidstaten die aan hetzelfde zeegebied grenzen, vooral bij de opmaak van hun mariene ruimtelijke plannen. Zo kunnen lidstaten de locaties van windparken en de energie-infrastructuur op zee beter op elkaar afstemmen. Dat zorgt voor een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte, met voldoende aandacht voor natuurbeheer en veiligheid op zee.

Ook de Industrial Accelerator Act is voor De Blauwe Cluster een belangrijk beleidsinitiatief. Vlaanderen beschikt over een sterke offshore-industrie die niet alleen bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen en de energietransitie, maar ook jobs en welvaart creëert. Om die positie te behouden, benadrukt De Blauwe Cluster dat Europese bedrijven beter beschermd moeten worden tegen oneerlijke concurrentie, die vandaag ook de offshore-energiesector treft. Daarom pleit de organisatie ervoor om in de Industrial Accelerator Act meer aandacht te besteden aan Europese onderdelen en productie: ‘Made in Europe’ in plaats van ‘Made with Europe’. Daarnaast vraagt De Blauwe Cluster om offshore-energie te erkennen als een strategische sector voor Europa.

Hoe kijken beleidsmakers hiernaar?  

🗣️ Gijs Degrande (N-VA) benadrukt dat de toekomstige Europese Ocean Act kansen biedt om verschillende doelstellingen beter op elkaar af te stemmen. Eén zaak moet volgens hem echter duidelijk zijn: de Ocean Act moet in de eerste plaats investeringen in het Noordzeegebied mogelijk maken en mag geen extra laag regelgeving creëren.

🗣️ Barbara Bonte (Vlaams Belang) uit haar twijfels over het Europese klimaatbeleid. Volgens haar heeft de Green Deal onze industrie buiten de EU geduwd. Ook bij offshore windenergie plaatst ze vraagtekens. Voor bepaalde onderdelen en kritieke grondstoffen van windmolens zijn we afhankelijk van China. “Dreigen we zo niet de ene afhankelijkheid in te ruilen voor de andere?” Tegelijk benadrukt ze het belang van een goede energiemix om de energiezekerheid en betaalbaarheid te garanderen.

🗣️ Groen gelooft sterk in de Industrial Accelerator Act, die kansen biedt voor batterijen, windturbines en groen staal. De middelen moeten vooral onze eigen industrie ten goede komen. Ook andere landen schermen hun markten steeds meer af. Daarom moet Europa volgens Groen streng durven zijn tegenover handelspartners en kiezen voor ‘Made in Europe’ in plaats van ‘Made with Europe’, aldus Staf Aerts (Groen).

👀 Bekijk hier de pitch van Ann Overmeire, COO van De Blauwe Cluster.

5 - Voka over de rol van eigen industriële capaciteit 

💡 Europa - en zijn lidstaten - heeft geen gebrek aan industriebeleid, maar aan de moed om scherpe keuzes te maken én aan de schaal om die keuzes waar te maken. 

Voor Voka begint strategische autonomie bij de mogelijkheid om kritieke technologie, investeringen en productie in Europa te verankeren. De politieke wil om een sterker Europees industriebeleid te voeren is er, maar op het terrein blijft het verschil tussen ambitie en realiteit groot. Investeringsbeslissingen blijven uit, projecten lopen vertraging op en de industriële capaciteit staat verder onder druk.

Volgens Voka moet Europa daarom niet alleen nieuwe fondsen, subsidies of strategieën ontwikkelen, maar vooral het aantrekkelijker en eenvoudiger maken om in Europa te investeren en op te schalen. Daarvoor zijn twee zaken nodig: politieke keuzes durven maken en meer schaal creëren.

Ten eerste moet Europa durven doorpakken. Vergunningen moeten sneller worden afgeleverd, maar dat volstaat niet. Ook conflicterende regelgeving, opeengestapelde procedures en versnipperde verantwoordelijkheden moeten worden aangepakt. Naast vereenvoudiging is er volgens Voka ook nood aan deregulering en meer maatwerk voor regio's zoals Vlaanderen.

Ten tweede moet Europa werk maken van een diepere interne markt. Met 27 administraties, verschillende interpretaties van Europese wetgeving en versnipperde markten blijft het moeilijk om industriële waardeketens op Europese schaal te organiseren. Voka ziet daarbij een belangrijke voortrekkersrol voor de Benelux. Door regels beter op elkaar af te stemmen en grensoverschrijdende infrastructuur en industriële samenwerking te versterken, kan er sneller schaal worden gecreëerd. 

Voka besluit dan ook met een duidelijke boodschap: als Europa zelf niet voor voldoende schaalgrootte zorgt, zullen anderen dat doen. Zij zullen dan bepalen waar de industrie, technologie en investeringen van morgen terechtkomen.

Hoe kijken beleidsmakers hiernaar?  

🗣️ Bram van Hecke (JONGCD&V) pleit voor een coalition of the willing, zowel bij de lidstaten - met de Benelux als voortrekker - als in het Europees Parlement. Dat vraagt om heilige huisjes in vraag te stellen en regels die industriële investeringen afremmen, te herbekijken. Ook deregulering moet daarbij bespreekbaar zijn. “We moeten echt durven onze economie te vertrouwen.”

🗣️ Marc Botenga (PVDA) benadrukt de urgentie van de industriële uitdagingen. Volgens hem liggen de problemen niet in de eerste plaats bij vergunningen, maar bij verkeerde strategische keuzes of een gebrek aan keuzes. Hij wijst vooral op de hoge energiekosten en pleit voor massale publieke investeringen in energie-infrastructuur en het belang van een geïntegreerde energiestrategie.

🗣️ Gijs Degrande (N-VA) pleit voor een grondige doorlichting van bestaande en nieuwe Europese regels om investeringen en ondernemerschap te stimuleren. “Snellere vergunningen volstaan niet als regels, rechtspraak en interpretaties elkaar in de weg zitten.” Ook de interne markt voor energie en kapitaal moet verder worden voltooid, met de Benelux als voortrekker. Tot slot waarschuwt hij voor soepelere staatssteunregels die vooral grote lidstaten zoals Frankrijk en Duitsland bevoordelen.

👀 Bekijk hier de pitch van Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka.

Ons panel

Dank aan onze topsprekers: 

EU-expert: 

  • Jürgen Gevaert, EU-journalist redactie Politiek & Economie bij De Tijd

5 VLEVA-leden: 

  • Ann Overmeire, COO van De Blauwe Cluster 

  • Caroline Ven, CEO van pharma.be

  • Cas König, CEO van North Sea Port 

  • Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka

  • Luc Van den hove, voorzitter van de raad van bestuur van imec 

7 beleidsmakers:

  • Barbara Bonte, Vlaams Belang (Europees Parlement) 

  • Bram Van Hecke (nationaal voorzitter, JONGCD&V)

  • Bruno Tobback, Vooruit (Europees Parlement)

  • Hilde Vautmans, Anders (Europees Parlement)

  • Gijs Degrande, N-VA (Vlaams Parlement) 

  • Marc Botenga, PVDA (Europees Parlement)

  • Staf Aerts, Groen (Federaal Parlement)