15 juni 2026 - door Hazel Tyssen
Op 9 juni 2026 bereikten het Europees Parlement en de Raad een voorlopig politiek akkoord over het vierde omnibuspakket.
De belangrijkste elementen uit het akkoord:
⭐ Uitbreiding van bestaande vereenvoudigingen en vrijstellingen die vandaag enkel voor kmo's gelden naar een nieuwe categorie van small mid-caps (SMC's).
⭐ Het principe van ‘digital by default’ moet bestaande fysieke verplichtingen in productwetgeving vervangen door digitale alternatieven waar mogelijk.
⭐ Ook wordt een procedure ingevoerd waarmee de Europese Commissie in verschillende wetgevingshandelingen gemeenschappelijke specificaties kan vaststellen.
Administratieve vereenvoudiging is een van de speerpunten van de huidige Europese Commissie. Met een reeks omnibuspakketten wil zij overlappende, onnodige en onevenredige regels wegwerken die de concurrentiekracht van Europese ondernemingen onder druk zetten.
De Commissie stelde Omnibus IV voor op 21 mei 2025. Dat pakket heeft als doel: 1) de administratieve lasten voor een nieuwe categorie van small midcaps (SMC’s) te verlagen en 2) meer digitalisering en rechtszekerheid te creëren in productwetgeving.
Het pakket bestaat uit drie onderdelen:
de uitbreiding van bestaande steunmaatregelen voor kmo's naar een nieuwe categorie van small midcaps (richtlijn en verordening)
de invoering van het 'digital by default'-principe en gemeenschappelijke specificaties in de productwetgeving (richtlijn en verordening)
het uitstel van de zorgvuldigheidsverplichtingen uit de Batterijenverordening
👉 Lees er meer over in ons volledige VLEVA-artikel
Het uitstel van due diligence voor batterijen trad reeds in werking op 31 juli 2025.
Na de goedkeuring van de Raadspositie op 24 september 2025 en de positie van het Europees Parlement op 11 maart 2026 gingen beide instellingen in onderhandeling over de twee andere onderdelen.
Na twee triloogrondes bereikten de onderhandelaars op 9 juni 2026 een voorlopig politiek akkoord.
👉 De belangrijkste elementen van dat akkoord worden hieronder toegelicht.
Een van de opvallendste onderdelen van Omnibus IV is de invoering van een nieuwe ondernemingscategorie: de small midcaps (SMC's).
Het gaat om bedrijven die de kmo-fase zijn ontgroeid, maar nog niet beschikken over de middelen en schaalvoordelen van grote ondernemingen. Vandaag verliezen zij vaak toegang tot vereenvoudigde regels voor kmo's, terwijl hun administratieve verplichtingen toenemen. Met de nieuwe categorie wil de EU die kloof dichten.
De Europese Commissie stelde oorspronkelijk voor om small mid-caps te definiëren als ondernemingen met minder dan 750 werknemers en een jaaromzet van maximaal 150 miljoen euro of een balanstotaal van maximaal 129 miljoen euro.
In het voorlopige akkoord werden deze drempels verhoogd. Small midcaps worden voortaan omschreven als ondernemingen met:
minder dan 1.000 werknemers; én
een jaaromzet van maximaal €200 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van maximaal €172 miljoen.
Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe regels moet de Europese Commissie evalueren of deze definitie nog geschikt is. Daarbij zal bijzondere aandacht uitgaan naar de impact op administratieve lasten en het concurrentievermogen van kmo's.
Het SMC-luik van Omnibus IV bestaat uit een verordening en een richtlijn die een reeks bestaande steunmaatregelen voor kmo’s uitbreiden naar small mid-caps.
Dat leidt tot aanpassingen in verschillende Europese wetgevingen, waaronder:
de GDPR, met soepelere registratieverplichtingen voor gegevensverwerkingen met een beperkt risico;
de Prospectusverordening, die SMC's makkelijker toegang geeft tot groeimarkten;
de Batterijenverordening, waar de omzetdrempel voor bepaalde vrijstellingen stijgt van 150 naar 200 miljoen euro;
de F-gassenverordening, met eenvoudigere registratieverplichtingen;
handelsbeschermingsinstrumenten, met toegang tot de SME & SMC Helpdesk en vereenvoudigde procedures;
de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID), waarbij voortaan ook SMC's mogen meetellen om erkend te worden als SME Growth Market;
de richtlijn inzake de weerbaarheid van kritieke entiteiten, waarbij lidstaten rekening moeten houden met de specifieke situatie van SMC's.
De lidstaten krijgen vijftien maanden de tijd om deze wijzigingen om te zetten in nationale wetgeving.
Omnibus IV moet ook de Europese productwetgeving moderniseren. Via één verordening en één richtlijn worden twintig productwetten aangepast.
De rode draad is duidelijk: minder papierwerk, meer digitalisering en meer rechtszekerheid voor bedrijven.
De hervorming bouwt voort op het principe van 'digital by default'. Waar Europese productregels vandaag vaak nog papieren documenten vereisen, zullen digitale oplossingen voortaan het uitgangspunt vormen.
Zo voorziet het akkoord onder meer in:
de digitalisering van de EU-conformiteitsverklaring;
digitale gebruiksaanwijzingen;
digitale contactgegevens op producten;
meer digitale communicatie tussen ondernemingen en bevoegde autoriteiten.
Raad en Parlement verduidelijken bovendien hoe gebruikers toegang moeten krijgen tot digitale informatie.
Tegelijk blijft consumentenveiligheid vooropstaan. Wanneer er een risico bestaat op ernstige schade, moet veiligheidsinformatie steeds ook op papier beschikbaar blijven.
Naast digitalisering introduceert Omnibus IV een extra instrument om aan te tonen dat producten voldoen aan de Europese regels.
Wanneer er geen of onvoldoende geharmoniseerde normen beschikbaar zijn, kan de Europese Commissie in uitzonderlijke gevallen zogenaamde gemeenschappelijke specificaties vaststellen. Bedrijven kunnen zich dan op deze specificaties baseren om de conformiteit van hun producten aan te tonen. Dat biedt meer rechtszekerheid, voorkomt vertragingen en kan de kosten voor ondernemingen verlagen.
Raad en Parlement benadrukken wel dat deze gemeenschappelijke specificaties uitsluitend als vangnet dienen en enkel kunnen worden gebruikt wanneer geharmoniseerde normen ontbreken of ontoereikend zijn.
Bovendien bevat het akkoord nog verschillende technische aanpassingen die specifiek zijn voor de betrokken productwetten.
De lidstaten krijgen twee jaar de tijd om deze richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.
Het voorlopige akkoord moet nog formeel worden goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement. Daarna volgt de definitieve aanneming en publicatie in het EU-Publicatieblad.
Met een reeks omnibuspakketten wil de Europese Commissie de administratieve lasten voor bedrijven tegen het einde van deze legislatuur met 25% verminderen. Voor kmo's ligt de doelstelling zelfs op 35%.
Sinds begin 2025 lanceerde de Commissie al tien omnibuspakketten rond duurzaamheid, EU-investeringen, landbouw, small mid-caps en productwetgeving, defensiegereedheid, chemische stoffen, digitalisering, milieuwetgeving, de automobielsector en voedsel- en diervoederveiligheid.
De vereenvoudigingsagenda loopt verder. Op de planning staan onder meer nieuwe omnibuspakketten over energieproducten, belastingen en burgers.
Tekst van het voorlopig politiek akkoord (nog niet beschikbaar)
Persbericht van het Europees Parlement