26 oktober 2026 - door Hazel Tyssen
Een bedrijf oprichten in de EU moet eenvoudiger en sneller. Met het nieuwe vennootschapsstatuut EU Inc. wil de Europese Commissie ondernemingen makkelijker over de grenzen heen laten werken.
Op 23 oktober bereikten de EU-lidstaten een akkoord over hun onderhandelingsmandaat. De Raad behoudt de kern van het voorstel, maar scherpt onder meer de controles aan en past de regels rond werknemersparticipatie en aandelenopties aan
🔜 Ook het Europees Parlement werkt aan zijn standpunt. Daarna kunnen de onderhandelingen tussen de Raad, het Parlement en de Commissie (trilogen) van start gaan.
Op 18 maart 2026 lanceerde de Europese Commissie haar voorstel voor EU Inc., de hoeksteen van het nieuwe 28ste regime. Dit optionele, digitale Europese vennootschapsstatuut moet bedrijven helpen om makkelijker te starten, zaken te doen en te groeien over de grenzen heen.
De kern? Bedrijven kunnen kiezen tussen de bestaande nationale vennootschapsvormen en dit nieuwe Europese kader. Wie voor EU Inc. kiest, moet zijn bedrijf online kunnen oprichten binnen 48 uur en voor maximaal 100 euro. Daarna kan het in de hele Europese interne markt actief zijn.
👉 Lees alle kenmerken in ons volledige VLEVA-artikel
De Raad behoudt de kern van EU Inc., maar scherpt een aantal regels aan en past andere onderdelen aan. Dit zijn de belangrijkste wijzigingen.
De Raad verduidelijkt hoe EU Inc. zich verhoudt tot bestaande Europese en nationale wetgeving. Zo blijven onder meer het arbeidsrecht, belastingrecht, socialezekerheidsrecht en insolventierecht van toepassing. Ook als de activiteiten van een EU Inc.-bedrijf onder specifieke Europese of nationale regels vallen, moet het die regels volledig naleven.
Een snelle registratie mag niet ten koste gaan van de controle. Overheden kunnen de registratieprocedure tijdelijk stilleggen en er komen extra waarborgen tegen misbruik en volledig kunstmatige constructies. Lidstaten kunnen registraties ook uitstellen of weigeren bij witwaspraktijken, terrorismefinanciering of andere criminele feiten.
Ook controles op bijvoorbeeld arbeidsrecht, sociale zekerheid en belastingen kunnen naast de registratieprocedure blijven plaatsvinden. Zo behouden nationale overheden hun bestaande controlebevoegdheden.
De Raad wil de uitvoering van EU Inc. eenvoudiger en flexibeler maken. Zo blijven de administratieve verplichtingen tegenover nationale overheden beperkt en worden de registratieprocedure en de regels voor beursnotering en schrapping aangepast om het proces vlot en betrouwbaar te laten verlopen.
Daarnaast schrapt de Raad het voorgestelde centrale Europese register en de verplichting om registraties in realtime op te volgen. Ook het digitale aandelenregister en de regels rond merken worden vereenvoudigd of verduidelijkt. Tot slot wordt de toepassing van het principe dat bedrijven gegevens slechts één keer hoeven aan te leveren (once-only) en het principe van uitsluitend digitale procedures (digital-only) verder uitgewerkt.
In principe gelden de regels voor werknemersparticipatie van de lidstaat waar een EU Inc.-bedrijf zijn maatschappelijke zetel heeft. Maar wat als het bedrijf actief wordt in een andere lidstaat en daar de drempels voor werknemersparticipatie overschrijdt?
De Raad voegt een optioneel mechanisme toe waarmee lidstaten in die situatie de naleving van hun nationale regels kunnen verzekeren. Bedrijven krijgen daarbij enige flexibiliteit in de manier waarop ze aan hun verplichtingen voldoen.
Met het Europese aandelenoptieplan voor werknemers (EU Employee Stock Options, EU-ESO) wil de EU bedrijven helpen talent aan te trekken en te behouden. De Raad behoudt de regeling, maar beperkt ze tot kleine midcaps: ondernemingen met maximaal 750 werknemers en een jaarlijkse omzet van maximaal 150 miljoen euro.
Nationale regels tegen misbruik en rond fiscale woonplaats en exitbelastingen blijven bovendien van kracht.
De lidstaten benadrukken in een bijgevoegd statement dat de fiscale bepalingen in dit dossier uitzonderlijk zijn:
‘Het akkoord van de Raad om in deze verordening enkele beperkte bepalingen met gevolgen voor de fiscaliteit op te nemen, vloeit voort uit de zeer specifieke omstandigheden van het EU Inc.-dossier. Dit doet geen afbreuk aan het standpunt van de Raad over de opname van bepalingen met fiscale gevolgen in andere wetgevingshandelingen en heeft daarop op geen enkele wijze invloed.’
Een Europees kader voor insolventie maakt niet langer deel uit van het voorstel. De Raad schrapt het volledige hoofdstuk hierover.
De Raad verduidelijkt de regels voor de organisatie van EU Inc.-bedrijven en werkt de zogenoemde business judgement rule verder uit. Ook de non-discriminatiebepaling wordt aangescherpt.
Lidstaten krijgen 21 maanden om de verordening in de praktijk toe te passen.
De Vlaamse Regering staat positief tegenover EU Inc., op voorwaarde dat het de administratieve lasten verlaagt, de toegang tot financiering vergemakkelijkt en grensoverschrijdende groei stimuleert. Vlaanderen pleit voor een breed toepassingsgebied, één rechtstreeks toepasbare Europese verordening, een snelle, betaalbare bedrijfsoprichting en het behoud van een Europees aandelenoptieplan om talent aan te trekken.
België steunt het standpunt van de Raad als een evenwichtig compromis. Vlaanderen benadrukt daarbij dat de tekst niet verder mag worden afgezwakt en dat een akkoord er snel moet komen.
📖 Lees de antwoorden op parlementaire vragen aan minister-president Diependaele
Hoe stemden de andere lidstaten?
Niet alle lidstaten steunden het standpunt van de Raad. Finland en Hongarije onthielden zich bij de stemming; Malta en Slowakije stemden tegen.
Ook het Europees Parlement werkt aan zijn standpunt. De stemming in de bevoegde commissie juridische zaken (JURI) werd al enkele keren uitgesteld door discussies over werknemersparticipatie. Ze staat momenteel gepland op 4 november. Als alles volgens plan verloopt, volgt op 11 november een stemming in de plenaire vergadering.
Daarna kunnen de onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie (trilogen) van start gaan. Het doel is, volgens de One Europe, One Market-roadmap, om tegen eind 2026 een voorlopig politiek akkoord te bereiken.