19 juni 2026 - door Kaatje Gevaert
Op 19 juni 2026 lanceerde de Europese Commissie een nieuwe oproep binnen het programma Connecting Europe Facility (CEF) Transport.
Met een beschikbaar budget van ongeveer € 1,1 miljard gaat het om de laatste CEF Transport-oproep binnen de huidige Europese programmaperiode 2021-2027.
Voor Vlaamse en Belgische organisaties actief rond spoor, binnenvaart, havens, laadinfrastructuur, militaire mobiliteit en duurzame transportoplossingen biedt deze oproep nog één belangrijke kans om Europese financiering aan te trekken voor strategische infrastructuurprojecten.
De oproep staat open tot 6 oktober 2026 op het Funding and Tenders portal.
De nieuwe oproep beschikt over een totaalbudget van € 1,11 miljard, waarvan:
€ 720 miljoen wordt voorzien binnen de algemene enveloppe;
€ 130 miljoen specifiek wordt gereserveerd voor militaire mobiliteit;
de overige middelen worden verdeeld over verschillende thematische prioriteiten.
Zowel voorbereidende studies als investeringsprojecten (works) komen in aanmerking voor ondersteuning. De focus ligt op projecten die bijdragen aan de verdere uitbouw, modernisering en verduurzaming van het Trans-Europees Transportnetwerk (TEN-T).
Deze oproep betreft een zogenaamde "Reflow call". Dergelijke oproepen maken gebruik van middelen die vrijkomen wanneer eerder geselecteerde projecten minder financiering nodig blijken te hebben dan oorspronkelijk voorzien of wanneer projecten vroegtijdig worden stopgezet.
De vrijgekomen middelen worden vervolgens opnieuw verdeeld via een bijkomende oproep. Daardoor biedt deze oproep ook kansen aan projectideeën die in eerdere CEF-rondes net geen financiering kregen of die de voorbije jaren verder zijn ontwikkeld en nu klaar zijn voor uitvoering.
Binnen de oproep wordt financiering voorzien voor projecten rond:
spoorinfrastructuur, waaronder grensoverschrijdende verbindingen, missing links en multimodale aansluitingen;
binnenvaartinfrastructuur, zoals vaarwegen, sluizen, bruggen en stuwen;
verduurzaming van wegtransport, met onder meer laadinfrastructuur voor zwaar vervoer;
elektrificatie van luchthavenactiviteiten;
vergroening van de maritieme sector via walstroomvoorzieningen, alternatieve brandstoffen en emissiereductie;
militaire mobiliteit;
innovatieve mobiliteitsoplossingen, waaronder toepassingen voor autonoom en geautomatiseerd rijden.
Voor Vlaanderen zijn vooral investeringen in havens, logistieke infrastructuur, spoorverbindingen, binnenvaartcorridors en duurzame mobiliteit potentieel interessant.
Naast klassieke infrastructuurinvesteringen zet de oproep ook in op innovatieve mobiliteitsoplossingen. Zo komen onder meer projecten in aanmerking die geautomatiseerd rijden mogelijk maken, zoals testomgevingen, verkeerscentrales en infrastructuur voor gegevensuitwisseling tussen voertuigen en hun omgeving.
Ook projecten rond militaire mobiliteit blijven een belangrijke prioriteit. De Europese Commissie wil investeringen ondersteunen die zowel een civiele als militaire meerwaarde hebben, bijvoorbeeld via verbeterde grensoverschrijdende weg- en spoorverbindingen.
Afhankelijk van het type project gelden verschillende cofinancieringspercentages:
50% subsidie voor studies;
30% subsidie voor investeringsprojecten binnen de algemene enveloppe;
tot 50% subsidie voor bepaalde prioriteiten, waaronder binnenvaartprojecten en projecten gericht op de modernisering van het TEN-T-netwerk;
50% subsidie voor zowel studies als investeringsprojecten binnen de enveloppe voor militaire mobiliteit.
Voor verschillende prioriteiten gelden bovendien maximale subsidiebedragen per project.
Volgens de voorlopige informatie zouden projecten, afhankelijk van de prioriteit en het aantal deelnemende lidstaten, kunnen rekenen op subsidiebedragen tussen € 10 miljoen en € 100 miljoen per project.
Voor investeringen in onder meer:
laadinfrastructuur voor wegvervoer;
vergroening van luchthavenactiviteiten;
duurzame maritieme infrastructuur;
blijft het zogenaamde blending-principe van toepassing. Dat betekent dat minstens 10% van de totale projectkost moet worden gefinancierd via een financiële instelling, bijvoorbeeld een commerciële bank, de Europese Investeringsbank of een erkende nationale financieringspartner.
Voor Vlaamse projecten kan PMV (Participatiemaatschappij Vlaanderen) optreden als zogenaamde Implementing Partner. Organisaties die hiervan gebruik willen maken, kunnen hiervoor contact opnemen via PMV-CEF@pmv.eu.
De oproep richt zich voornamelijk op projecten die zich in een vergevorderd stadium bevinden en op relatief korte termijn kunnen worden uitgevoerd.
Voorbereidende studies moeten volgens de huidige planning uiterlijk tegen eind 2029 worden afgerond. Voor infrastructuurprojecten geldt een uiterste uitvoeringsdatum van eind 2030.
Organisaties met concrete investeringsplannen doen er daarom goed aan om hun projectideeën nu al af te toetsen aan de oproepvoorwaarden.
De subsidieoproepen staan open van 18 juni 2026 tot en met 6 oktober 2026. De exacte intra-Belgische deadlines voor onder meer de indiening van projectconcepten, de aanvraag van milieuverklaringen en de screening van de finale projectvoorstellen in het kader van de Belgische lidstaatvalidatie worden later nog gecommuniceerd.
Vlaamse projectpromotoren kunnen voor inhoudelijke vragen, advies en begeleiding terecht bij het Vlaamse CEF-team via cef@mow.vlaanderen.
Om potentiële aanvragers optimaal voor te bereiden, worden zowel op Europees als op Vlaams niveau infosessies georganiseerd. Op 24 juni organiseren CINEA en DG MOVE een Europese infosessie over de nieuwe oproepen. Daarnaast organiseren het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) en VLEVA op 8 juli een webinar specifiek gericht op Vlaamse projectpromotoren.
Met de lancering van deze oproep komt de huidige CEF-programmaperiode stilaan ten einde. Hoewel de contouren van het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034 stilaan vorm krijgen, blijft onduidelijk hoe de toekomstige CEF-budgetten en prioriteiten eruit zullen zien.
Voor Vlaamse organisaties met concrete investeringsplannen in transportinfrastructuur biedt deze oproep daarom mogelijk de laatste kans om binnen de huidige programmaperiode Europese steun te verkrijgen voor strategische mobiliteits- en infrastructuurprojecten.
Geïnteresseerde projectpromotoren doen er goed aan om niet te wachten tot de zomer voorbij is.