Tweede keer goede keer: het EP neemt standpunt aan over ETS

23 juni 2022 - door Celeste Wezenbeek

Tijdens een mini-plenaire zitting, hebben de leden van het Europees Parlement met een grote meerderheid (439 stemmen voor, 157 tegen en 32 onthoudingen) het verslag van Peter Liese (EPP, Duitsland) over de herziening van de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (ETS) aangenomen. Dit veertien dagen na een eerste mislukte poging.

  • Het ambitieniveau ligt iets hoger dan de prognose van de Commissie maar lager dan het standpunt van de ENVI-commissie

  • Volgens het overeengekomen compromis zullen in 2024 geleidelijk 70 miljoen emissierechten worden afgeschaft

  • Het Parlement vraagt ook om versterking van het mechanisme ter bestrijding van buitensporige prijsstijgingen van emissierechten

Na twee weken intens onderhandelen, hebben de EPP-, de S&D- en de Renew Europe fracties overeenstemming bereikt over enkele moeilijk punten, waaronder de geleidelijke afschaffing van gratis emissierechten voor sectoren die onder het CBAM vallen en het ambitieniveau van het ETS.

Ambitieniveau

Het ambitieniveau werd op 63% gelegd voor de vermindering van de broeikasgas emissies in de onder de ETS vallende sectoren tegen 2030 ten opzichte van de emissieniveaus van 2005 niveaus. Dit is iets hoger dan de prognose van de Commissie (61%), maar 4 procentpunten punten lager dan het standpunt van de commissie milieubeheer (ENVI) van het Parlement.  Dit ambitieniveau wordt bepaald door de hoeveelheid emissierechten in het systeem, dat op zijn beurt afhankelijk is van twee variabelen: de eenmalige vermindering van een bepaald aantal emissierechten en de verhoging van de lineaire verminderingsfactor (LVF= dit is het percentage dat de hoeveelheid emissierechten bepaalt waarvan het plafond elk jaar wordt verlaagd).

Volgens het overeengekomen compromis zullen in 2024 geleidelijk 70 miljoen emissierechten worden afgeschaft (tegen ongeveer 117 miljoen in het voorstel van de Commissie) en 50 miljoen in 2026. In plaats van te worden verhoogd tot 4,2% (Commissievoorstel), zal de LVF-factor worden verhoogd tot 4,4% van 2024 tot eind 2025, tot 4,5% vanaf 2026 en tot 4,6% vanaf 2029. Het Parlement wil ook een bonus-malussysteem invoeren om bedrijven aan te moedigen hun broeikasgasemissies te verminderen. Dit instrument bestaat erin goede presteerders in de onder de ETS vallende sectoren te belonen door hun extra gratis rechten toe te kennen en slechte presteerders te bestraffen door hun gratis rechten te verminderen.

Maritieme en afvalsector

Een ander belangrijk voorstel dat werd aangenomen was de opneming in het ETS- systeem in de emissies van schepen van 5.000 bruto ton of meer. De aanpak van het Parlement is hierin ambitieuzer dan die van de Commissie, zowel wat het tijdschema als het toepassingsgebied betreft.  De EP-leden willen vanaf 2024 100% van de emissies van intra-Europese reizen bestrijken en 50% van de uitstoot van extra-Europese reizen van en naar de EU van 2024 tot eind 2026. Vanaf 2027 moeten de emissies van alle reizen voor 100% worden gedekt, met mogelijke uitzonderingen voor niet-EU-landen, waar de dekking kan worden teruggebracht tot 50% onder bepaalde voorwaarden tot 50% kan worden verlaagd. Bovendien zal het systeem worden uitgebreid tot schepen van 400 bruto ton of meer.

Het Parlement wil ook andere broeikasgasemissies dan CO2, zoals methaan en stikstofoxiden, in de regeling opgenomen zien. De aangenomen tekst voorziet echter in twee afwijkingen. Tot en met 31 december 2029 zullen scheepvaartmaatschappijen 55% minder quota kunnen opgeven voor reizen tussen een haven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat en een haven in dezelfde lidstaat gelegen buiten dat ultraperifere gebied. Ook tussen twee verschillende havens die in verschillende ultraperifere gebieden van dezelfde lidstaat liggen. Zij zullen ook de mogelijkheid hebben minder quota af te staan voor hun schepen van de ijsklasse en/of ijsvaartuigen. Wat betreft het gebruik van de inkomsten uit de uitbreiding van de ETS tot de maritieme sector, wordt 75% van de inkomsten in een oceaanfonds gestort ter ondersteuning van het koolstofvrij maken van deze sector. 15% van dit fonds moet worden gebruikt voor biodiversiteit.

Daarnaast vragen de Europarlementariërs om de verbranding van stedelijk afval op te nemen in het ETS vanaf 2026. Deze verdere uitbreiding van het ETS moet echter worden voorafgegaan door een effectbeoordeling van de Commissie, die uiterlijk op 31 december 2024 moet worden uitgevoerd, om "te voorkomen dat afval van huisvuilverbrandingsinstallaties wordt overgeheveld naar stortplaatsen die methaanemissies veroorzaken, en de uitvoer van afval naar derde landen".

Buitensporige prijsstijgingen

Het Parlement vraagt ook om versterking van het mechanisme ter bestrijding van buitensporige prijsstijgingen van emissierechten (artikel 29 bis). Indien de gemiddelde prijs van emissierechten over een periode van meer dan zes opeenvolgende maanden meer dan tweemaal (in tegenstelling tot driemaal in de huidige tekst) zo hoog is als de gemiddelde prijs van emissierechten in de voorafgaande twee jaar, moet de Commissie binnen zeven dagen het comité bijeenroepen dat moet beoordelen of deze prijsontwikkeling overeenkomt met een verandering in de fundamentele marktontwikkelingen. Afhankelijk van deze beoordeling zou de Commissie verplicht zijn (en niet langer de keuze hebben) om een van de in de tekst genoemde noodmaatregelen te nemen.

ETS2

Wat betreft de invoering van een tweede ETS dat betrekking heeft op emissies van de verwarming van gebouwen en van het wegvervoer, is de in de plenaire vergadering aangenomen tekst vergelijkbaar met wat was overeengekomen in de ENVI- commissie. De EP-leden willen dat ETS2 aanvankelijk alleen van toepassing is op commerciële gebouwen en commercieel wegvervoer, te beginnen in 2025. Daarna kan het systeem eventueel worden uitgebreid tot particuliere activiteiten die verband houden met deze sectoren (d.w.z. huishoudens), dit ten vroegste vanaf 2029 en afhankelijk van de resultaten van een voorafgaande effectbeoordeling door de Commissie.

Deze analyse moet onder meer een gedetailleerde beoordeling omvatten van de ontwikkeling van brandstofarmoede en mobiliteit in de EU en in elke lidstaat, alsook een gedetailleerde kwantificering van de extra emissiereductie die door deze uitbreiding kan worden bereikt. Volgens het standpunt van het Parlement kan een lidstaat niettemin besluiten niet te wachten met de toepassing van ETS2 op particuliere activiteiten, na voorafgaande goedkeuring door de Commissie. Daarnaast pleiten de Europarlementariërs voor een uitbreiding van het toepassingsgebied van ETS2 tot alle brandstoffen, een maximumprijs van 50 euro per ton CO2 en een noodpauze voor huishoudens ingeval het ETS tot hen wordt uitgebreid.

Om gezinnen met een laag inkomen te helpen, zal de opbrengst van de veiling van 150 miljoen emissierechten in het kader van de ETS2 ter beschikking worden gesteld van het Sociaal Klimaatfonds.