U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Technical support to clean energy transition plans and strategies in municipalities and regions

Deadline

Code

LIFE-2021-CET-LOCAL

Doelstellingen

Het onderwerp is bedoeld om lokale en regionale overheden te voorzien van de nodige capaciteit om duurzame plannen en strategieën voor de energietransitie te leveren. Om de verwezenlijking van energie- en klimaatdoelstellingen met succes te ondersteunen, moeten transitiestrategieën en -plannen worden geïnstitutionaliseerd, sectoroverschrijdend en afgestemd op het innovatieniveau, de ambitie en de specifieke geografische context van de betrokken autoriteiten.

Lokale en regionale overheden zijn een beslissende hefboom voor de EU om haar koolstofneutraliteitsdoelstelling tegen 2050 te bereiken. Beleidsmakers en overheden op alle subnationale niveaus (regio's, provincies, steden, gemeenten, stadsdelen, plattelandsgebieden, enz.) hebben behoefte aan zich inzetten voor en effectief plannen van de transitie naar schone energie van hun respectieve grondgebied, energiesystemen en infrastructuren met een ongekend ambitieniveau en tempo met een langetermijnhorizon.

Lokale en regionale overheden hebben echter vaak onvoldoende capaciteit om dergelijke plannen en strategieën te plannen, met name in kleinere gemeenten, plattelandsgebieden en koolstofintensieve regio's die achterblijven in de energietransitie. Zo hebben kleine gemeenten onder de ondertekenaars van het Burgemeestersconvenant nog steeds dringend ondersteuning nodig bij het ontwerpen van hun actieplannen voor duurzame energie en klimaat (SECAP's). Andere steden die al zo'n SECAP of soortgelijke plannen hebben ontwikkeld, moeten hun plannen nog afstemmen op de nieuwe doelstellingen en ambitieuzere acties ondernemen om koolstofneutraliteit te bereiken. Innovatieve beleidskenmerken, zoals het toepassen van koolstofbudgetten, het oormerken en volgen van middelen voor klimaatacties in de gemeentebegrotingen, het definiëren van energie-efficiëntie- en hernieuwbare energiedoelstellingen op wijk- en gemeenschapsniveau en sociale innovaties op basis van transitiemanagement, systeemdenken of reflexieve monitoring , kan de upgrade van de plannen ondersteunen.

Een andere uitdaging voor de overheid is de holistische energieplanning die nodig is om de transitie naar schone energie te realiseren. Een succesvolle transitie naar schone energie vereist meer sectorale integratie (energieproductie, gebouwen, mobiliteit en transport, landgebruik, afval, water, gezondheid, enz.) bij het plannen van de transformatie van steden en regio's, ook met het oog op een sociaal rechtvaardige overgang. De integratie van zowel klimaatmitigatie als klimaatadaptatie blijft voor veel ondertekenaars van het Burgemeestersconvenant complex. Geïntegreerde energieplanning die werd getest in eerdere door de EU gefinancierde projecten (bijv. energie en mobiliteit, energie en stadsplanning, enz.) bleek nuttig te zijn bij het wederzijds versterken van sectoraal beleid, het verbeteren van de efficiëntie van het planningsproces en het activeren of versterken van de samenwerking tussen verschillende afdelingen van overheidsinstanties .

Een sterker politiek engagement, verantwoordelijkheid voor de plannen door de overheid na verkiezingscycli en passende middelen moeten ook worden gewaarborgd om de vereiste vermindering van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen te realiseren. Vaak worden de reeds aangenomen plannen en strategieën niet ondersteund door robuuste bestuursstructuren, specifieke bevoegdheden en beschikbare middelen binnen de administraties om de vereiste verandering door te voeren. Planningsprocessen moeten worden geïnstitutionaliseerd en er moeten nieuwe participatieve bestuursregelingen worden opgezet, waarbij belangrijke lokale belanghebbenden en burgers worden betrokken, zodat de overgang naar schone energie echt wordt ingebed in de gebieden en lokaal wordt ondersteund, ook door kwetsbare groepen die door de overgang worden getroffen.

Bovendien zijn afstemming en consistentie met andere energie- en klimaatkaders noodzakelijk, met name op nationaal en EU-niveau. Energie- en klimaatdoelstellingen en -maatregelen die zijn gedefinieerd in de strategieën en plannen voor de overgang naar schone energie die zijn ontwikkeld door regionale en lokale autoriteiten, moeten de nationale energie- en klimaatplannen, herstel- en veerkrachtplannen, de EU Green Deal en de initiatieven zoals de renovatiegolf duidelijk ondersteunen en leiden , de omzetting van het Clean Energy Package in nationale wetgeving, de nationale Long-Term Renovation Strategies, de Horizon Europe-missie over klimaatneutrale en slimme steden, enz., om bij te dragen aan een coherente transitie van de energiesystemen in de lidstaten.

Budget

7 miljoen euro.

Info & contact

Meer informatie over deze oproep kan je terugvinden op de Funding & Tender portal van de Europese Commissie.

Nationaal contactpunt

Federaal contactpunt efficiënt gebruik van natuurlijke grondstoffen, beleid en informatie over milieuproblematiek en klimaat
Stefanie Hugelier
stefanie.hugelier@milieu.belgie.be  
T 02 524 96 88

Vlaams aanspreekpunt en federaal contactpunt natuur en biodiversiteit
Wim Smits
wim.smits@vlaanderen.be
T 0492 237915

Vlaams contactpunt voor Clean energy transition

veka.eufinanciering@vlaanderen.be

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Programma voor Milieu en Klimaat - LIFE

Inleiding

Het LIFE-programma financiert projecten op het gebied van milieu, klimaat en energie. 

Doelstellingen

De algemene doelstelling van het LIFE-programma is bij te dragen tot de verschuiving naar een duurzame, circulaire, energie-efficiënte, klimaatneutrale en -veerkrachtige economie. 

De projecten zullen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal door onder meer de EU-biodiversiteitsstrategie en het actieplan voor de circulaire economie te ondersteunen, bij te dragen aan het groene herstel van de COVID-19-pandemie en Europa te helpen tegen 2050 een klimaatneutraal continent te worden. Bij veel van de nieuwe projecten gaat het om grensoverschrijdende projecten waarbij meerdere lidstaten betrokken zijn.

Welke soort acties:

Milieu

1. Natuur en biodiversiteit

LIFE Natuur en biodiversiteit (subprogramma milieu) financiert beste praktijk-, piloot- en demonstratieprojecten die bijdragen aan de implementatie van de richtlijnen vogel- en habitatrichtlijnen en de biodiversiteitsstrategie 2030 en voor de ontwikkeling, uitvoering en het beheer van het Natura 2000-netwerk.

2. Circulaire economie 

  • Verminderen van het verbruik van hulpbronnen en vergemakkelijken van de overgang naar een duurzame, circulaire, gifvrije, energie-efficiënte en klimaatbestendige economie. 
  • Terugdringen van de afvalproductie in overeenstemming met de kaderrichtlijn afvalstoffen en de vermindering van gevaarlijke afvalstoffen met het oog op de verbintenis van de EU in het kader van het Verdrag van Bazel. 
  • Verbetering van het afvalbeheer met betrekking tot de inzameling en opslag van afval. 
  • Zorgen voor schone lucht voor de EU-burgers, overeenkomstig het actieplan voor een vervuilingsvrije omgeving. 
  • Vermindering van het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen. 
  • Vermindering van de blootstelling aan schadelijke geluidsniveaus. 
  • Bereiken van een goede toestand van de waterlichamen in de Unie. 
  • Bescherming van de EU-bodems tegen verontreiniging 

Klimaatactie

1. Klimaatmitigatie en -adaptatie

  • Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en de overgang naar ‘schone’ energie en verbetering van de energie-efficiëntie. 
  • Verbetering van de werking van de regeling voor de handel in emissierechten. 
  • Ondersteuning van duurzame beheerspraktijken voor land, bossen, bodem, zeeën en oceanen, waardoor de uitstoot wordt verminderd of de CO2-uitstoot wordt teruggedrongen.
  • Ontwikkeling en bevordering van oplossingen om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen. 
  • Stedelijke aanpassing en ruimtelijke ordening, met inbegrip van gezondheidsrelevante aspecten; veerkracht van de infrastructuur, met inbegrip van de toepassing van blauw-groene infrastructuur; op ecosystemen gebaseerde benaderingen van de aanpassing; bescherming en herstel van wetlands; duurzaam beheer van water, met name in droogtegevoelige gebieden; overstromings- en kustbeheer; voorbereiding op extreme weersomstandigheden, met name in de ultraperifere regio's; en veerkracht van de landbouw-, bosbouw- en toeristische sector ten aanzien van klimaatbedreigingen (bijvoorbeeld bosbranden, overstromingen, bodemerosie en droogtes).

2. Clean energy transition

Zal erop gericht zijn de overgang naar een energie-efficiënte, op hernieuwbare energie gebaseerde, klimaatneutrale en -veerkrachtige economie te vergemakkelijken door coördinatie- en ondersteuningsacties in heel Europa te financieren. Deze acties, met een hoge toegevoegde waarde voor de EU, zijn erop gericht de marktbelemmeringen die de sociaaleconomische overgang naar duurzame energie belemmeren, te doorbreken, waarbij doorgaans meerdere kleine en middelgrote belanghebbenden, waaronder lokale en regionale overheden en organisaties zonder winstoogmerk, worden betrokken en waarbij de consument wordt betrokken.

Soorten projecten

  • Standaardactieprojecten
  • Strategische natuurprojecten (SNAP): uitvoering van samenhangende actieprogramma's in de lidstaten met het oog op de integratie van deze doelstellingen en prioriteiten in andere beleids- en financieringsinstrumenten, onder meer door gecoördineerde uitvoering van de prioritaire actiekaders. 
  • Strategische geïntegreerde projecten (SIP): uitvoering, op regionale, multiregionale, nationale of transnationale schaal, van milieu- of klimaatstrategieën of actieplannen van de autoriteiten van de lidstaten en vereist door specifieke milieu-, of klimaat- of relevante energiewetgeving of -beleid van de Unie, waarbij ervoor wordt gezorgd de belanghebbenden erbij te betrekken en de coördinatie met en mobilisering van ten minste één andere EU, nationale of particuliere financieringsbron. 
  • Projecten voor technische bijstand: projecten die de ontwikkeling ondersteunen van capaciteit voor deelname aan standaardactieprojecten, de voorbereiding van strategische natuurprojecten en strategische geïntegreerde projecten. 
  • Andere acties zoals coördinatie- en ondersteuningsacties gericht op capaciteitsopbouw, op verspreiding van informatie en kennis, en op bewustmaking ter ondersteuning van de overgang naar hernieuwbare energie en meer energie-efficiëntie. 

LIFE creëert naast de traditionele projecten twee financiële instrumenten. Deze worden beheerd door de Europese Investeringsbank EIB:

  • De “Private Financing for Energy Efficiency (PF4EE)” maakt energie efficiënte projecten - die aansluiten bij de Nationale Energie-efficiëntie Actieplannen- mogelijk via leningen bij private banken. Voor België zet Belfius in op dit instrument om interessante leningen beschikbaar te stellen. Website: https://pf4ee.eib.org/
  • Met de “Natural Capital Financing Facility"  tracht de EIB biodiversiteits- en adaptatieprojecten van private of publieke organisaties te financieren.  

Om van deze specifieke instrumenten gebruik te maken, dient men zich rechtstreeks te wenden tot de EIB: PF4EE_Instrument@eib.org of NCF_Instrument@eib.org.

 

Europese partners nodig?

Nee, in de meeste gevallen is er geen Europese samenwerking nodig om in aanmerking te komen voor subsidie. Alleen het subprogramma Transitie naar schone energie vormt hierin een uitzondering (3 partners uit 3 lidstaten)

Bekijk hier een korte video over LIFE

Budget

Budget 2021-2027: 5,4 miljard euro. 

  • Milieu: 3,4 miljard euro en
  • Klimaatactie: 1,9 miljard euro.

60% van het budget is voorzien voor biodiversiteit.

Cofinancieringspercentage: 

(1) tot 60% voor (i) strategische natuurprojecten in het kader van het subprogramma Natuur en Biodiversiteit, (ii) strategische geïntegreerde projecten in het kader van de subprogramma's Circulaire economie en levenskwaliteit, Matiging van de klimaatverandering en Aanpassing, en Schone energietransitie, (iii) projecten voor technische bijstand, en (iv) standaardactieprojecten.

(2) tot 75% voor projecten die worden gefinancierd in het kader van het subprogramma Natuur en biodiversiteit, met name projecten die betrekking hebben op prioritaire habitats of soorten voor de uitvoering van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad of op vogelsoorten die als prioritair worden beschouwd voor financiering wanneer dat nodig is om de instandhoudingsdoelstelling te bereiken.

(3) tot 70% voor non-profitorganisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en handhaving van de wetgeving en het beleid van de EU en die voornamelijk actief zijn op het gebied van milieu of klimaatactie.

(4) tot 75-95% voor technische-bijstandsprojecten voor capaciteitsopbouw ter ondersteuning van de activiteiten van de lidstaten met een geringe daadwerkelijke deelname aan het LIFE-programma.

 

Synergieën

Synergieën zijn mogelijk met de volgende programma's:

  • Horizon Europe
  • GLB 
  • EFRO
  • InvestEU
  • Innovatiefonds
  • Internationale organisaties
  • kmo's
  • Koepelorganisaties
  • Lokale overheden
  • Ngo's
  • Non-profit organisaties
  • Onderzoeksinstellingen
  • Private ondernemingen
  • Publieke ondernemingen
  • Regionale of bovenlokale overheden
  • Scholen
  • Universiteiten/hogescholen

Thema('s)

Energie en klimaat
Milieu
Regionaal beleid
Maritieme zaken en visserij
Plattelandsbeleid
Stedelijk beleid
Transport

Info & contact

Federaal contactpunt efficiënt gebruik van natuurlijke grondstoffen, beleid en informatie over milieuproblematiek en klimaat
Stefanie Hugelier
stefanie.hugelier@milieu.belgie.be  
T 02 524 96 88

Vlaams aanspreekpunt en federaal contactpunt natuur en biodiversiteit
Wim Smits
wim.smits@vlaanderen.be
T 0492 237915

Vlaams contactpunt voor Clean energy transition

Simon De Wachter
veka.eufinanciering@vlaanderen.be
T 02 553 11 70

website: www.energiesparen.be/life-programma

 

Lees meer
Volg ons