U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Richtlijn btw-tarieven formeel aangenomen door ECOFIN-Raad

07 april 2022 - door Liese Dewilde

Na een moeizaam en lang proces bereikten de EU-ministers van Financiën op dinsdag 7 december 2021 overeenstemming bereikt over een voorstel voor een richtlijn tot hervorming van het Europese stelsel van verlaagde btw-tarieven. Op 5 april 2022 werd de richtlijn nu ook formeel aangenomen in de ECOFIN Raad.

  • In bijlage III bij de btw-richtlijn wordt voorzien in een lijst van goederen en diensten waarop alle lidstaten verlaagde tarieven mogen aanpassen. Deze lijst is bijgewerkt.
  • De nieuwe regels moeten zorgen voor een gelijke behandeling in de verschillende EU-lidstaten, door bestaande derogaties (onder bepaalde voorwaarden) uit te breiden naar alle lidstaten.
  • De geactualiseerde wetgeving brengt de btw-regels in overeenstemming met de strijd tegen klimaatverandering, digitalisering en de bescherming van volksgezondheid.
Richtlijn btw-tarieven formeel aangenomen door ECOFIN-Raad

Moeizaam proces tot de doorbraak

Na bijna 4 jaar werken bereikten de EU-ministers van Financiën op dinsdag 7 december 2021 overeenstemming bereikt over een voorstel voor een richtlijn tot hervorming van het Europese stelsel van verlaagde btw-tarieven. Aangezien belastingen een loutere raadbevoegdheid zijn, moest het Europees Parlement hierna enkel geraadpleegd worden over de tekst. Dat is gebeurd en op 9 maart verklaarde het Europees Parlement plenair haar akkoord met de tekst. Op 5 april 2022 werd de richtlijn nu ook formeel aangenomen in de ECOFIN Raad. Op 6 april 2022 werd ze in het Publicatieblad bekendgemaakt. De nieuwe regels traden onmiddellijk na deze bekendmaking in werking.

De bestaande EU-regels voor btw-tarieven waren bijna 30 jaar oud. Ze moesten dringend worden gemoderniseerd. In 2016 publiceerde de Commissie reeds het btw-actieplan. In lijn hiermee stelde de Commissie in januari 2018 een ontwerprichtlijn van de Raad voor. Na lange stilstand en moeizame onderhandelingen komt in dat dossier nu dus een doorbraak.

De nieuwe richtlijn heet volledig ‘Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijnen 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft’. Bij Richtlijn 2006/112/EG is het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) van de Europese Unie vastgesteld. Richtlijn (EU) 2020/285 wijzigt die richtlijn wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen. Deze beide richtlijnen worden nu dus herzien door de nieuwe Richtlijn btw-tarieven.

Flexibiliteit voor lidstaten bij keuze van producten of diensten met verlaagde tarieven

In bijlage III bij de btw-richtlijn wordt voorzien in een lijst van goederen en diensten waarop alle lidstaten verlaagde tarieven mogen aanpassen. Deze lijst is bijgewerkt. Producten en diensten die de volksgezondheid beschermen, goed zijn voor het milieu en de digitale transitie ondersteunen, werden aan de lijst toegevoegd.

De lidstaten zullen een normaal btw-tarief van meer dan 15% kunnen blijven toepassen.

Zij zullen nu echter ook de mogelijkheid hebben om twee verlaagde tarieven van niet meer dan 5% toe te passen op goederen en diensten in maximaal 24 categorieën die in een bijgewerkte en gemoderniseerde bijlage III bij de btw-richtlijn zijn opgenomen.

Zij mogen nu ook één verlaagd tarief van minder dan 5% en één vrijstelling ("nultarief") toepassen op ten hoogste zeven categorieën van de lijst die geacht worden in basisbehoeften te voorzien, zoals levensmiddelen, geneesmiddelen en farmaceutische producten.

Uitbreiding van de bestaande afwijkingen naar alle lidstaten

De nieuwe regels moeten zorgen voor een gelijke behandeling in de verschillende EU-lidstaten. In het bestaande systeem hadden sommige lidstaten bij hun toetreding tot de EU toestemming gekregen om derogaties, zoals vrijstellingen en verlaagde tarieven, toe te passen op specifieke artikelen waarvoor een dergelijke behandeling normaal niet is toegestaan op grond van bijlage III bij de btw-richtlijn. Deze derogaties en vrijstellingen hebben geleid tot een lappendeken van tarieven in de EU, een ongelijke behandeling van lidstaten die dergelijke bijzondere maatregelen mogen toepassen en lidstaten die dat niet mogen, en tot een mogelijke verstoring van de concurrentie.

Door de nieuwe regels kunnen bestaande derogaties voor lidstaten die in overeenstemming zijn met de algemene beginselen inzake btw-tarieven, worden gehandhaafd op voorwaarde dat zij in overeenstemming zijn met de Green Deal van de EU en overheidsbeleidsdoelstellingen nastreven. Maar een clausule inzake "gelijke behandeling" moet ze beschikbaar maken voor andere lidstaten die er gebruik van willen maken. Zogenoemde "sterk verlaagde tarieven", die in sommige lidstaten op zichzelf staande verlaagde tarieven van minder dan 5% toestaan, en "parkeertarieven", die voor bepaalde specifieke producten verlaagde tarieven toestaan die niet meer dan 3 procentpunten lager zijn dan het normale tarief, kunnen onder dezelfde voorwaarden worden gehandhaafd.

Wel geldt dat bestaande afwijkingen die niet worden gerechtvaardigd door andere doelstellingen van het overheidsbeleid dan die ter ondersteuning van de klimaatactie van de EU, uiterlijk in 2032 moeten worden opgeheven.

Toch vermijden van een wildgroei aan verlaagde tarieven

De nieuwe regels steunen op een eerder akkoord om het huidige btw-stelsel van de EU te veranderen in een stelsel waar de btw wordt betaald in de lidstaat van de consument en niet in de lidstaat van de leverancier of dienstverlener. Dit moet het minder waarschijnlijk maken dat het grote scala aan tarieven de werking van de interne markt of de concurrentie verstoort.

Bovendien moet een wildgroei aan verlaagde tarieven heel specifiek voorkomen worden in de periode na Covid-19. Economisch herstel hoort nu centraal te staan. Verminderde tarieven kunnen de capaciteit van lidstaten om inkomsten te innen in het gedrang brengen.

Daarom bepaalt de geactualiseerde wetgeving ook het minimumniveau van de verlaagde tarieven en het maximumaantal goederen en diensten van bijlage III waarop de lidstaten die tarieven mogen toepassen. 

De ECOFIN-Raad stelde januari 2042 vast als de datum met ingang waarvan de verlaagde btw-tarieven voor transacties die geen verband houden met sociale woningbouw zullen worden verhoogd van ten minste 5% tot 12%. “Lidstaten die, overeenkomstig het Unierecht, op 1 januari 2021 verlaagde tarieven die niet lager zijn dan het minimum van 5 % toepasten op handelingen in verband met buiten het kader van sociaal beleid verstrekte huisvesting, mogen overeenkomstig artikel 98, lid 1, eerste alinea, die verlaagde tarieven blijven toepassen. In dergelijke gevallen mag het op zulke handelingen toe te passen verlaagde tarief met ingang van 1 januari 2042 niet lager zijn dan 12 %”.

In lijn met klimaatdoelstellingen een aanpassing aan nieuwe digitale werkelijkheid

De geactualiseerde wetgeving brengt de btw-regels in overeenstemming met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, zoals onder andere de strijd tegen klimaatverandering, de digitalisering en de bescherming van volksgezondheid.

In de geactualiseerde lijst met goederen en diensten die in aanmerking komen voor verlaagde btw-tarieven werden bijvoorbeeld volgende zaken opgenomen:

  • digitale diensten die voorheen niet in aanmerking kwamen voor verlaagde tarieven, zoals internettoegang en livestreaming van culturele en sportevenementen;
  • goederen die de volksgezondheid beschermen en die van cruciaal belang zijn gebleken bij de bestrijding van COVID-19 en die bij toekomstige crises van pas kunnen komen, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen, maskers en bepaalde medische uitrusting; alsmede meer artikelen die als essentiële hulpmiddelen voor gehandicapten worden beschouwd
  • bepaalde artikelen zoals fietsen, groene verwarmingssystemen en zonnepanelen in particuliere woningen en openbare gebouwen, die een positief effect kunnen hebben op de prioriteiten van de EU inzake klimaatverandering
  • diverse producten en diensten die door de lidstaten geschikt en nuttig worden geacht en die worden ingegeven door het algemeen belang van de doelstellingen van het overheidsbeleid

Verlaagde tarieven en vrijstellingen op goederen en diensten die niet in lijn zijn met de Green Deal zullen moeten afgeschaft worden tegen 2030.

 

De volledige tekst van de 'Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 5 april 2022 tot wijziging van Richtlijnen 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft' kan je hier vinden.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons